Van BV Nederland managen naar samen een land vormen

Van BV Nederland managen naar samen een land vormen schreef Wim voor de stichting vernoemd naar Hans van Mierlo, hier op een zwart-witfoto.

“Het rapport-Wennink is een dwingende routekaart voor de BV Nederland.” “Zij zorgen ervoor dat de BV Nederland het geld heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.” “De impact van fiscale veranderingen op de BV Nederland.” “De olieprijsschok is een kostenpost voor de BV Nederland.” “Achterstallig onderhoud aan wegen kost BV Nederland nu al 7 miljard per jaar.” “De BV Nederland begon als metafoor, maar is inmiddels de harde werkelijkheid.” Wie even zoekt in nieuwsberichten van de laatste maanden komt de metafoor de BV Nederland regelmatig tegen. Er is zelfs een podcast met de naam BV Nederland.

Waar de metafoor ooit is ontstaan, heb ik niet kunnen achterhalen, maar een zoektocht binnen Delpher maakt wel duidelijk dat er begin jaren ‘80 een VARA-programma was met deze naam. Al ruim 40 jaar, bepaalt dit beeld dus mede hoe we naar Nederland kijken. Taal stuurt, structureert en vormt ons denken, maar is een economische, bedrijfsmatige, managementbril de manier waarop we naar de inrichting van ons land willen kijken? Is dit hoe we onze samenleving, onze mensen, ons leefomgeving willen zien? Willen we de komende 60 jaar op een bedrijfsmatige wijze Nederland blijven optimaliseren?

Een land, een samenleving is geen bedrijf. Een besloten vennootschap heeft als belangrijkste kenmerk dat er een aandelenkapitaal is, dat is verdeeld over een aantal mensen. Maar hebben wij als burgers een aandeel in de winst van het bedrijf Nederland? Zijn wij aandeelhouders die een bepaald “Return On Investment” (ROI) verwachten en proberen mee te sturen op de “Key Performance Indicators” (KPI)? We hebben een nieuwe metafoor nodig; we zijn niet de BV Nederland, we zijn een vereniging met gelijkwaardige leden.

Andere taal om nieuwe richtingen te wijzen

Op het moment dat je met een ander beeld, een nieuwe metafoor gaat kijken naar de wereld, ga je anders praten over die wereld. In een vereniging zijn er geen aandeelhouders met een winstdeling, maar leden die samen werken aan het gezamenlijke doel. Dat is bovendien vaak een doel dat veel meer in het relationele of ideële ligt en niet in het financiële. Je verschuift daarmee de focus, de taal en uiteindelijk de werkelijkheid van mensen.

Zo wil D66 al heel lang vertrouwen op de eigen kracht van mensen, maar in de praktijk wordt de klant vooral als lastig ervaren. De klantreis lijkt bedrijfsmatig centraal te staan, maar ondertussen is ook het woord participatiemaatschappij bedacht en moet de klant veel zelf uitzoeken en regelen. Vanuit zelfredzaamheid gaat de overheid ervan uit dat consumenten voor hun recht en geld opkomen in het woud van regelingen. We willen echter toe naar leden van onze samenleving die écht vertrouwen krijgen: een basisinkomen dat rust geeft, een gezond bestaansminimum om van daaruit te kunnen bouwen, maar ook de plicht om terug te geven aan diezelfde samenleving als daar ruimte voor is.

Dat sluit heel mooi aan bij het belonen van prestaties en delen van de welvaart. Nu werken we met incentivering: zorgen dat mensen zich “goed” gaan gedragen, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daartegenover werken we met bonusstructuren om “goed” gedrag te belonen, met name aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Competitie tussen bedrijven is gezond, maar tussen mensen? Accountability en gerichtheid op groei zijn uitgangspunten waarmee mensen niet gezonder en gelukkiger worden. We willen toe naar leden van onze samenleving die écht kunnen bouwen op een deel van onze gezamenlijke welvaart: een erfenis of ander geluk mag niet leiden tot vergroting van verschillen, maar als iemand vanuit eigen kracht ergens aan werkt, moet er loon naar werken zijn.

In onze geglobaliseerde wereld denken en handelen we internationaal. We varen scherp aan de wind als het om internationale supply chains gaat, zoals we met corona in 2020 of de gasreserves in de winter van 2025/2026 gezien hebben. Bovendien vragen we nogal wat van de interculturele competentie en de netwerkskills van burgers, zonder dat we hen die aanleren of mensen daarin goed meenemen. We willen toe naar leden van onze samenleving die in een internationale context lokaal geworteld kunnen zijn en blijven. Die openstaan voor de ander met respect voor verschillen, maar die zich in een grote wereld ook verbonden, geborgen en veilig voelen. Dat vraagt om heldere keuzes op welk niveau welke besluiten worden genomen en inzicht in de manier waarop die tot stand komen.

Op internationaal niveau wordt steeds duidelijk dat we moeten streven naar een duurzame en harmonieuze samenleving. Dat betekent niet enkel praten over circulaire economie, resource management, iemands individuele carbon footprint, human rights tot waar de consument het kan zien en compliance tot de voordeur van het bedrijf. We willen toe naar leden van onze samenleving waarin gezonde en milieubewuste keuzes voor iedereen haalbaar zijn, zonder zware afwegingen te hoeven maken. Zorgen over de wereld moeten leiden tot een gevoel dat het béter wordt, niet slechter. Elk lid van onze samenleving moet daarin kunnen meepraten, niet alleen degenen met de meeste (lobby)invloed, maar een harmonieus gesprek waarin de meerderheid ook rekening houdt met de belangen van minderheden.

Maar het belangrijkste om de bakens te verzetten is het koesteren van de grondrechten en gedeelde waarden. Wanneer we ons richten op procesoptimalisatie, KPI’s halen en budgetaire eisen, worden grondrechten en waarden nogal eens vergeten. We willen toe naar leden van onze samenleving die weten dat het product dat geïmporteerd wordt niet door kinderhanden wordt vervaardigd, dat Nederland en Europa staan voor het beschermen van mensenrechten, ook als dat betekent dat je streng moet zijn tegen bondgenoten. Dat hun rechten beschermd worden wanneer ze een toeslag aanvragen, bezwaar maken of een keer de fout in gaan.

Van BV Nederland naar vereniging in de praktijk

Op een aantal dossiers kan ik deze verschuiving van BV naar vereniging, van financieel gedreven naar samen leven zichtbaar maken. Het is een vingeroefening in anders kijken onze samenleving, van een land dat geen bedrijf is, maar een vorm van samenwerken tussen individuele vrije burgers.

Zo kijken we op dit moment met een economische bril naar vervoer: de Nederlandse Spoorwegen moeten winstgevend zijn; zijn ze dat niet dan levert dat politieke problemen op. Bij snelwegen stellen we die vraag niet, al levert een tolweg in Zeeland wel de nodige frustratie op. Bij auto’s gaat het vervolgens wel om de winstgevendheid van de autoverkoop, subsidie op benzine, ‘ons’ Shell dat het goed doet in de wereld en ondersteuning van onze bedrijvigheid.

Maar als we samen willen leven, wat is ons doel dan? Goed bereikbaar open vervoer voor iedereen moet voorgaan op winst maken met de NS. Schoon vervoer voor iedereen die van A naar B wil moet voorgaan op megawinsten voor autobedrijven. Je stad of het dorpscentrum moet een een plek om te lopen, recreëren, wonen, fietsen en leven, geen parkeerplaats voor iedereen die met de auto overal maar wil kunnen komen.

Ook bij onze inkomensondersteuning, belastingen en verdeling lijken economische wetmatigheden, zoals winst en verlies en de markt bepalend te zijn. Wie het goed doet, ook al is dat ten koste van een ander, mag veel bonus krijgen; wie erft van rijke ouders, mag zelf die rijkdom houden en weer door laten groeien; wie slimme constructies met aandelen en bedrijven weet te bedenken, hoeft minder bij te dragen en komt in een bewonderde lijst mensen terecht: de Quote 500.

Maar is dat het doel dat we hebben als samenleving? Dat de één wint ten opzichte van de ander? Iedereen verdient een goede startpositie en een eerlijke kans om zelf iets van het leven te maken. Iedereen verdient een gelijkwaardige kans op een menswaardig leven. Hoe groot mogen verschillen zijn? Binnen een vereniging hoort iedereen erbij, omdat je samen bezig bent met datzelfde doel. Elleboogt iemand zich daar naar een positie ten koste van anderen, dan zit er een zelfreinigend vermogen in zo’n club.

Of waar het gaat om stikstofproblematiek. Mag daar de winst van de grote boerenbedrijven, melkverwerkers en kunstmestproducenten voorgaan op de gezondheid van bewoners, bouwkansen voor mensen zonder huis of een duurzame toekomst voor komende generaties? Het rapport Niet alles kan overal laat zien dat we keuzes moeten maken, maar dat willen we niet op economische gronden: degene met de meeste economische macht kan overal alles. We doen dat hopelijk als samenleving: door iedereens wensen op de tafel te leggen en eerlijke afwegingen te maken met elkaar; in onze algemene ledenvergadering in de Tweede en Eerste Kamer.

Bedrijven werken in een markt waar het winner-takes-allprincipe geldt. Wie uiteindelijk het sterkst is, wordt het grootst, rijkst en machtigst. Maar dat willen wij niet de komende 60 jaar als politieke uitgangspunten nemen. Laten we gaan werken aan Vereniging Nederland in plaats van de BV Nederland. Een plek waar we samen mooie doelen nastreven. Een plek waar discussie over die doelen en de weg ernaar toe niet gaat om winstmaximalisatie of minimale compliance. Een plek waar we gaan voor maximaal geluk, maximale kansen, maximale ruimte voor iedereen. Een plek waar we gaan voor een Rijnlands model waarin niet alleen de aandeelhouder voorop staat, want wie zijn de aandeelhouders van BV Nederland? Het vraagt verandering, het vraagt een andere taal, het vraagt om inzet de komende 60 jaar, maar dat kan wel!

Getagd , , , . Bladwijzer de permalink.

Over Wim Pelgrim

Vader van Noor en Daan | man van Jessie | docent Nederlands | skillspasport | eIDAS 2.0 | podcast | D66 | 4daagse

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *