Nelleke Noordervliet, Vrij man

Kaft van het boek Vrij man: donker schilderij van een jonge man in een oker verlicht gewaad. Eroverheen in rode letters de titel.
Kaft van het boek Vrij man: donker schilderij van een jonge man in een oker verlicht gewaad. Eroverheen in rode letters de titel.

Beoordeling: 4 sterren

Gegeven paarden mag je nooit in de bek kijken, zeker niet als het een afscheidscadeau is van een school waar je zes jaar met veel plezier hebt gewerkt. Toch ga ik dat hier doen, want van mijn oud-sectiegenoten kreeg ik Vrij man van Nelleke Noordervliet cadeau.

Nadat Nelleke Noordervliet met Snijpunt een heel ander soort roman schreef, keert ze met Vrij man weer terug naar wat ze in Pelican Bay deed (zometeen meer over de overeenkomsten). In tegenstelling echter tot dat boek, moet Vrij man echt op gang komen. De hoeveelheid historische informatie en achtergrond gaat wat ten koste van het verhaal en de ontwikkeling van de personages.

Daarna komt het verhaal echter op stoom en boeit zowel de omgeving als het personage Menno Molenaar dusdanig dat je in rap tempo door wilt lezen. Wel is de roman doorspekt van veel historische en filosofische achtergronden. Daarmee dringt zich de vraag op of Nelleke Noordervliet niet naast een half zo dikke roman ook een essay had moeten uitbrengen. Dit lijkt een kwaal (of literaire ontwikkeling) waar meer schrijvers last van hebben. Met de laatste Arthur Japin had ik het ook al.

De overgang naar de Nieuwe Wereld verloopt wat abrupt en deze is, zeker in het begin, niet erg logisch. Het lijkt bijna alsof Noordervliet een boek wilde schrijven over een kolonist in Nieuw-Nederland en deel 1 en 2 van de roman nodig had om dat in deel 3 uiteindelijk te kunnen verantwoorden. Wat zij beschrijft is echter interessant en komt het thema uiteindelijk ten goede.

De thema’s Verlichting, rede, maatschappij-inrichting en religie kenden we uit Pelican Bay ook al en deze spelen ook hier weer een prominente (nog prominentere) rol. Daarnaast zijn er ook inhoudelijke parallellen (een plantagehouder vs. een kolonist) en overeenkomsten in de opbouw van het boek (een/de schrijfster die een rol in het boek heeft).

Over het algemeen weet het boek goed te boeien en voor iemand die van historische romans houdt, zoals ik van jongs af aan, en niet vies is van wat gefilosofeer over de rede, zoals ik, heeft dit boek veel te bieden. En toch heb ik ook regelmatig gebladerd en geteld: hoeveel bladzijdes moet ik nog.

Nicolaas Beets, Dichtwerken

Portretfoto van Nicolaas Beets
Portretfoto van Nicolaas Beets

Beoordeling: 4 sterren

Bekend geworden als de schrijver van dé Camera Obscura (masterscriptie) heeft Nicolaas Beets het grootste deel van zijn leven heel ander werk geschreven. In zijn Dichtwerken wordt zijn volledige poëtische oeuvre gepresenteerd.

Al gauw ga ik het werk van Beets vergelijken met die andere grote poëet waar ik mijn bachelorscriptie over schreef: Eliza Laurillard. Laurillard is inhoudelijk meer op het religieuze en vooral moralistische gericht. Ook speelt de natuur bij hem een veel grotere rol. Beets richt zich in zijn poëzie meer op intellectuelere onderwerpen. Zo komen vele Grieke goden voorbij. Een vergelijking tussen deze (en/of andere dominee-dichters) zou een leuk onderzoek opleveren.

Wat betreft het taalkunstenaarschap ontlopen de heren elkaar niet veel. Ook hier zou veel meer onderzoek naar gedaan moeten worden, maar ik heb de indruk dat Beets zich wat meer vrijheden veroorloofd: hij is niet bang op buiten de lijntjes te kleuren waar Laurillard een wat ‘stijvere’ indruk maakt.

Ten slotte: het lezen van de gedichten van Nicolaas Beets doen mij denken aan het probleem-Beets, door K. Heeroma omschreven als de vraag ‘Hoe […] het mogelijk [is] dat iemand op zijn zesentwintigste een geniaal boek schrijft en daarna zestig jaar lang zich zonder protest een leven van gekroonde onbenulligheid kan laten welgevallen?’. Hier kom ik over een paar weken op terug.

Cynthia Voigt, Onder de blote hemel

Kaft van Onder de blote hemel: tekening van vier kinderen in een graslandschap met bomen op de achtergrond in een kader. Eronder titel en en auteur.

Beoordeling:5 sterren

In de brugklas van de middelbare school maakte ik kennis met veel voor mij nieuwe jeugdliteratuur, dankzij meneer Zengerink, waaronder Jan de Zanger en Cynthia Voigt. Van die laatste staat de verzamelbundel met de drie Tillerman-boeken in de kast (dankzij Jessies boekenverzameling).

De Tillerman-serie heb ik van voor tot achter gelezen en na meer dan 15 jaar hebben de boeken nog aan geen enkele kracht ingeboet. Onder de blote hemel is het sterke begin van de zoektocht van Dicey, James, Maybeth en Sammy naar een thuis.

De manier waarop Voigt schrijft is zeer beeldend, maar laat ook genoeg impliciet om het verhaal voor een volwassen lezer interessant te houden. Zeker nu ik zelf ook in de VS ben geweest over verlaten highways en eenzame dorpjes gereden, heb ik een nog sterker beeld van de omstandigheden die Voigt beschrijft in Onder de blote hemel.

Daarnaast is het uitgangspunt voor haar verhaal erg goed: het laat nog veel in het vage en maakt daardoor zeer nieuwsgierig. De geloofwaardigheid van het verhaal is iets waarover je zou kunnen discussiëren, maar Voigt weet je als lezer er volledig van te overtuigen dat dit is wat er kan en moet gebeuren.

Het feit dat alle drie de Tillerman-boeken in 1986 en 1987 de Vlag en Wimpel van de Griffeljury kregen uitgereikt, zegt meer dan voldoende en na bijna 20 jaar zouden ze die nog steeds verdienen.

Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving

Kaft van de sociaal-liberale richtingwijzers, uitgewerkt door de Mr. Hans van Mierlostichting van D66.
Kaft van de sociaal-liberale richtingwijzers, uitgewerkt door de Mr. Hans van Mierlostichting van D66. Deze keer Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving.

Beoordeling: 4 sterren

Het tweede essay van de Mr. Hans van Mierlostichting over de richtingwijzers van D66, is een goed stuk. Hoewel ik mijn kritiek op Vertrouw op de eigen kracht van mensen hier kan herhalen, dat het taalgebruik erg wetenschappelijk/elitair is, is dat deels goedgemaakt met goedgekozen voorbeelden en met de praktische thema’s achter in het boekje.

Opvallend vond ik dat in Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving het woord ‘harmonieus’ in dit essay totaal anders is opgevat, dan ik het altijd heb begrepen. In dit essay wordt enkel uitgegaan van thema’s als milieu en leefomgeving, waarop deze richtingwijzer van toepassing is. De korte beschrijving bij de richtingwijzer op de website en in verkiezingsprogramma’s, laat ook ruimte om harmonieus op te vatten als een intermenselijk begrip: “Wij willen de wereld om ons heen tegemoet treden met respect en mededogen. Dat geldt voor de mensen om ons heen en voor onze omgeving.” Ik vind dat een gemiste kans.

Als aanvulling bij dit boekje, of als wijze van invulling geven in de dagelijkse politiek, verwijs ik ten slotte nog maar eens naar een filmpje waar ik eerder eens over berichtte, dat uitgaat van het Brutto Nationaal Geluk, in plaats van het Bruto Nationaal Product.

Frits van Oostrom, Wereld in woorden

Kaft van Wereld in woorden: links een rode verticale baan met de naam van de reeks, onderaan een horizontale donkerrode baan met auteur en titel. In het kader rechtsboven een zwarte achtergrond met wit veertje.
Kaft van Wereld in woorden: links een rode verticale baan met de naam van de reeks, onderaan een horizontale donkerrode baan met auteur en titel. In het kader rechtsboven een zwarte achtergrond met wit veertje.

Beoordeling: 5 sterren

Nadat ik drie jaar geleden Stemmen op schrift van Frits van Oostrom besprak, is dit jaar het daaropvolgende deel  Wereld in woorden verschenen. En ik kan veel van wat ik over het vorige deel schreef herhalen: het boek kent een zeer brede opzet, van politiek en cultuur tot specifieke teksten en schrijvers. Het is zeer leesbaar geschreven, met Stemmen op schrift de leesbaarste van alle delen tot nu toe (hoewel voor een hoger opgeleid publiek). En wat ook in dit deel stoort is het overdreven nationalisme en bijkomend Van Oostroms Maerlant-voorliefde.

Van dat laatste diverse voorbeelden door Wereld in woorden heen: “zoals geen enkele andere Europese vertaler hem heeft nagedaan” (blz. 354), de naam van prinses Beatrix die afgeleid zou zijn van het verhaal van Beatrijs (vergelijk dit met de betwiste Zeeuwse Marlaent in Maerlants wereld) en continue Maerlant-vergelijkingen tussen haakjes op irrelevante plaatsen zoals “Alleen Maerlants encyclopedische werk, en in bijzonder zijn Spiegel Historiael, steekt daar overtuigend bovenuit – maar die laatste had dan ook meer dan een eeuw lang het rijk alleen als Nederlandstalige wereldencyclopedie” op blz. 492. Ook is dit te horen in Van Oostroms manier van spreken bij Pauw en Witteman bij het verschijnen van zijn boek:

Daarnaast vallen nog een paar dingen op aan Wereld in woorden. Ik ben de eerste overduidelijke zetfout tegengekomen in de inmiddels vijf door mij gelezen delen (blz. 201 privatie in plaats van private). Verder kent dit boek meer bladzijdes die gewijd zijn aan enkele grote namen of teksten ten opzichte van het vorige deel. Logisch wellicht, omdat de individuele schrijver opkomt in de veertiende eeuw, maar wel opvallend anders.

Bovendien is dit deel samen met het vorige zeer uitgebreid: het beslaat 200 jaar (meer dan Het gevleugde woord van Herman Pleij), maar wordt nergens saai, traag of vervelend. Er staat wat er moet staan, in tegenstelling tot Een nieuw vaderland voor de muzen van Porteman en Smits-Veldt dat 140 jaar beslaat, 210 pagina’s minder dik is, maar leest alsof het 420 pagina’s meer bevat.

Het opvallendste niet-wetenschappelijke in Wereld in woorden vond ik de vergelijking die Van Oostrom probeert te maken tussen de Moderne Devotie en de Nederlandse volksaard. Zoals hij het beschrijft, zie ik de parallellen ook, maar om nu te zeggen dat de Moderne Devotie daarom dus zo typisch Nederlands is. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan denken moet.

Zoals ik bij mijn eerste recensie over deze literatuurgeschiedenis begon, sluit ik ook nu weer af met nog enkele losse opmerkingen per hoofdstuk.
De inleiding, Profiel van een eeuw, begint met Jan van Mandeville, een interessante man en mooie opener richting de rest van het boek. Van Oostrom laat bovendien zien in deze inleiding dat ook hij de kunst verstaat een wereld te scheppen in woorden. Het decor wordt geschetst voor de spelers die nog zullen opkomen. Bovendien worden hier de negen besten uitgelegd, iets wat bij Porteman en Smits-Veldt duidelijk ontbrak!
Het is vervolgens mooi te zien dat Van Oostrom in De wereld begint met het non-fictiewerk. Waar de literatuur tegenwoordig toch vaak verengt is tot poëzie en proza, is dat in het onderzoek naar de middeleeuwen alles behalve het geval. Wel wordt hier soms iets te overdreven een relatie gelegd met de huidige tijd (op het anachronistische af).
Het religieuze hoofdstuk Het heil leunt mijns inziens wat te sterk op de drie grote schrijvers die hier te berde worden gebracht. De Bijbelvertaler van 1360 wordt wel erg lang op doorgegaan en door zwaar op deze vertaler en vervolgens Ruusbroec in te zetten, wordt dit hoofdstuk wat zwaar. De schrik die neerlandici om het hart sloeg bij De Nederlandse literatuur: een geschiedenis uit 1993 hoeven deze mensen niet opnieuw te beleven: de Beatrijs staat erin!
Het hoofdstuk De verbeelding is een prima en weinig verrassend hoofdstuk, waar het laatste hoofdstuk Drie milieus dat juist wel is: de opzet is interessant en het geeft een zeer rijk beeld van wat zich op één plek allemaal tegelijkertijd afspeelde. Bovendien vond ik de informatie over de Moderne Devotie interessant, omdat ik niet alleen een bijzondere band met Deventer heb, ook kan ik mij dit vaag herinneren van mijn eerste studiejaar, dus vormde dit hoofdstuk een mooie opfrisser.

Ik heb mij zeer vermaakt met dit deel en ben erg benieuwd naar wat ik volgende zomer kan lezen. Verschijnt Ritselende revolutie dat dit jaar wordt verwacht over de Verlichting? Of ga ik naar ‘mijn’ negentiende eeuw met Alles is taal geworden?

Jan Gerhard Toonder, Kasteel in Ierland (boekenweekgeschenk 1970)

Kaft van Kasteel in Ierland: licht vergeelde achtergrond, op de voorgrond een bosschage waarachter drie witte mannen, waarvan twee met hoed en pet, je starend aankijken.
Kaft van Kasteel in Ierland: licht vergeelde achtergrond, op de voorgrond een bosschage waarachter drie witte mannen, waarvan twee met hoed en pet, je starend aankijken.

Beoordeling: 4 sterren

In een periode waarin er veel maatschappelijke veranderingen plaatsvonden, laat dit boekenweekgeschenk zien dat in de boekenbranche nog weinig ruimte was voor oproer. Kasteel in Ierland was het laatste burgerlijke boekenweekgeschenk voor protest in prent dat in 1971 verscheen en veel beter aansluit bij de tijdgeest.

Het verhaal komt eigenlijk pas na zo’n 100 pagina’s op gang en is in de eerste 50 ronduit truttig. Het verhaal is een soort melancholische klucht vol 19e-eeuws aandoende humor. De grote lijn van het verhaal sluit echter aan bij het werk van Willem Elsschot, zoals zijn Lijmen/Het been en dan vooral de tweede titel. Dit verhaal krijgt echter pas diepgang wanneer de wijze waarop de relatie tussen Hilda en Franz is ontstaan wordt ontsluierd.

Jan Gerhard Toonder (ja, de broer van) kan met taal overweg, al is dat in wat archaïsche barokke zinnen. Zijn verhaal heeft een erg lange aanloop nodig, maar achteraf ben ik blij dat ik heb doorgezet en is het een goed geconstrueerd verhaal dat helaas links en rechts  het tempo en de scherpte van de grote Elsschot mist.

Voltaire, Candide of het optimisme

Kaft van Candide of het optimisme: turqoise kaft met twee horizontale en twee verticale stippellijnen. In het kader dat zo ontstaat titel en auteur.
Kaft van Candide of het optimisme: turqoise kaft met twee horizontale en twee verticale stippellijnen. In het kader dat zo ontstaat titel en auteur.

Beoordeling: 4 sterren

Niet elk wereldberoemd boek is ook direct een leuk boek om te lezen. “Interessant, ja; leuk, nee” is een terugkerend adagium op mijn site. Maar voor Candide of het optimisme geldt dat niet. Een historisch interessante tekst, een beroemd boek en ook nog eens leuk om te lezen.

Dat komt vooral doordat het een goed boek is: een boeiend verhaal, na enkele honderden jaren nog steeds leesbaar en een boodschap die je in zowel historisch opzicht als in hedendaags opzicht aan het denken zet. Ook is de filosofie van Voltaire heel duidelijk. Je gaat naarmate het verhaal vordert ook steeds meer hoofdschuddend en meewarig op Candide neerkijken. Wat een naïeveling…

Het pessimisme dat zo links en rechts door Voltaires tekst schemert,  is echter het andere uiterste. Deze wereld is misschien niet de beste aller mogelijke werelden, maar ook zeker niet de slechtste. Het is de wereld zoals hij is, waar wij het beste van moeten maken.

Simone van der Vlugt, Het Hercynische woud

Kaft van Het Hercynische woud: een groen-blauw bos met ertussen een jongen naast ene paard en een beer die tussen de bomen vandaan komt.
Kaft van Het Hercynische woud: een groen-blauw bos  met ertussen een jongen naast ene paard en een beer die tussen de bomen vandaan komt.

Beoordeling: 4 sterren

Het Hercynische woud is verschenen in de reeks jeugdboeken die gratis bij de Lemniscaatkrant en Kidsweek werden uitgegeven. Een niet zo dik boek, maar wel een leuk.

Hoewel ik bij de eerste paar pagina’s wat opstartmoeilijkheden had, bleek Het Hercynische woud een goed jeugdboek te zijn in de traditie van Thea Beckman. Het verhaal is goed, het taalgebruik is niet echt heel erg bijzonder, maar ik heb me prima vermaakt met dit boek van Simone van der Vlugt. Haar literaire thrillers zijn niet mijn ding, maar een volgend jeugdboek sla ik niet af.

Boris O. Dittrich, De waarheid liegen

Kaft van De waarheid liegen: een foto van de skyline van New York bij zonsopkomst met een wat geel/groene lucht. Op de nog donkere rivier in wit en geel titel en auteur.
Kaft van De waarheid liegen: een foto van de skyline van New York bij zonsopkomst met een wat geel/groene lucht. Op de nog donkere rivier in wit en geel titel en auteur.

Beoordeling: 3 sterren

Kun je bij een boek van een politicus, een politicus van je eigen kleur bovendien, onbevangen gaan lezen. Nee, dat kan niet. Maar als je je bewust bent van je absente onbevangenheid, kun je je mening over zo’n boek toch behoorlijk objectiveren.

Ik ken Boris Dittrich alleen als oud-fractievoorzitter van D66 en dan nog alleen vanuit de media en van afstand van enkele partijcongressen. Al snel ben je geneigd bij het verschijnen van een roman als De waarheid liegen van deze politicus/mensenrechtenactivist te roepen: “Schoenmaker, blijf bij je leest”.

Toch gaat dat niet helemaal op voor Dittrich. Met dit boek laat hij zien dat hij een behoorlijk goede schrijver is die nog tot meer in staat kan zijn. De waarheid liegen is in elk geval een leuk boek, met een verhaal dat een duidelijke structuur kent. Dat maakt ook dat op ongeveer 60% van het boek er een zekere sleur in komt: de spanningsboog zakt net iets te ver door, maar Dittricht pakt hem wel weer goed op.

Het boek geeft een dwarsdoorsnede van New York en of de ‘herkenning’ komt, omdat Dittrich aansluit bij bestaande beelden van de stad of dat het beeld dat hij geeft van de stad authentiek is en ik dat als herkenning interpreteer, kan ik moeilijk beoordelen. De personages raken aan thema’s die in de VS spelen en zij komen mooi samen op perron 7 van Grand Central Terminal (niet ‘Station’).

Deze debuutroman is geen wereldschokkend boek of oorspronkelijk kunstwerk van een grote creatieve geest, maar wel een zeer vermakelijk boek dat smaakt naar een volgende stap in het schrijverschap van Boris O. Dittrich.

Simon Vinkenoog, Zolang te water

Kaft van Zolang te water: zwart en grijstinten: een poster van een kunstzinnig vormgegeven man met rare bril en weelderige krullen met de tekst les frères lissac. Ervoor Simon Vinkenoog in omhelzing met een vrouw.
Kaft van Zolang te water: zwart en grijstinten: een poster van een kunstzinnig vormgegeven man met rare bril en weelderige krullen met de tekst les frères lissac. Ervoor Simon Vinkenoog in omhelzing met een vrouw.

Beoordeling: 3 sterren

Simon Vinkenoog heb ik enkele malen mee mogen maken op poëziefestivals. Heel direct op Onbederf’lijk Vers en als publiek bij De nacht van de poëzie en de Dag van de literatuur. Een grootse dichter die praatte alsof zijn complete woordenstroom uit gedichten bestond. Op het laatst van zijn leven een broze man die ik door Nijmegen mocht rijden, omdat het lopen hem wat moeilijk af ging.

Zijn eerste roman, Zolang te water roept bij mij diverse emoties op en ik ga er een gemengde reactie op geven. Zijn taal is onmiskenbaar, prachtige teksten, zoals eerder op muziek gezet met Spinvis en ook in Zolang te water staan mooie zinnen.

Zijn roman is associatief van opzet, telkens verspringen personages, perspectief, tijd en plaats, waardoor je als lezer wel erg (soms zelfs té) goed moet opletten. Ook de uitzichtloosheid in het boek, die doet denken aan de gebeurtenissen in De avonden, maken het boek soms traag en doen je het bijna wegleggen.

Maar het verhaal blijft toch boeien op een bepaalde manier, die het best met intertekstuele parallellen is uit te drukken. De verloren liefde in Vinkenoogs roman doet denken aan Turks Fruit, het verklarende dagboekachtige aan Een nagelaten bekentenis, het buitenechtelijke kind aan De kleine blonde dood en de bijzondere gedragingen van hoofdpersoon Simon lijken inhoud te geven aan wat in De uitvreter juist niet wordt beschreven.

Een mooie roman voor de doorzetter die het wat existentialistische hak-op-de-takverhaal kan volgen. Wat dat betreft lijkt het op een voordracht van Simon Vinkenoog: één moment je aandacht laten verslappen en je moet op een rijdende intercity instappen. Wat dat betreft is Simon Vinkenoogs werk zeer consistent gebleven, vanaf de jaren ’50 tot zijn dood in 2009.