Column D66 – Politiek kost tijd

Logo van D66: groen vlak met witte letter D en de cijfers 6 6.
Politiek kost tijd

Afgelopen weken ging het als het om D66 ging, vooral over het voorstel van Pia Dijkstra de orgaandonatiewet aan te passen. Maar afgelopen week kwam er voor mij een tweede belangrijk wetsvoorstel naar buiten. Paul van Meenen, onderwijswoordvoerder van D66, wil samen met de SP de grootte van basisschoolklassen aan banden leggen. Goed nieuws voor leerlingen die aandacht verdienen en docenten die aandacht willen geven aan leerlingen.

Dat Paul van Meenen dit voorstel doet is voor mij niet vanzelfsprekend. Bijna twee jaar geleden, tijdens het voorjaarscongres van D66 in Rotterdam in april 2015, dienden Michael Egmont-Petersen uit Rosmalen en ik een motie in (PM101.11) die de fractie opriep “een voorstel (motie of initiatiefwet) in te dienen waarbij de maximale klassengrootte op basisscholen wordt beperkt tot 25 leerlingen”. Deze werd verworpen onder andere met het argument dat maatwerk nodig was.

Daarop dienden Michael (aanhoudend als hij was) met mij opnieuw een motie in op het volgende congres in Amsterdam. Motie PM102.107 wilde meer maatwerk bij het oplossen van de “plofklassen” zoals deze inmiddels gedoopt waren. De opdracht aan de fractie luidde: “Om een voorstel uit te werken waarbij elke basisschool één schooljaar vooruit direct bij het Ministerie van OCW middelen kan aanvragen voor het aanstellen van een extra leerkracht, ten behoeve van de splitsing van een grote schoolklas (waarbij nodige randvoorwaarden, zoals extra ruimte, door 0de school kunnen worden gewaarborgd)”. Ook deze motie werd verworpen, al in de deelsessie voorafgaand aan het plenaire debat.
Maar politiek kost tijd en mede door de discussies over deze moties en vervolggesprekken in den lande heeft Paul van Meenen zich bij een initiatief van de SP van eind 2015 aangesloten. Maximaal 29 kinderen in de groep, gemiddeld 23 en scholen krijgen met 600 miljoen in het plan ook de middelen om dat te realiseren.

Politiek lijkt vaak van vandaag op morgen, hectisch en ad hoc. Maar politiek is ook vooruitzien, langere termijn, investeren en stug doorwerken aan je idealen. Want politiek kost tijd. Dat geldt voor Pia, dat geldt voor Paul en dat geldt lokaal, waar we als bestuur stug doorwerken aan meer actieve leden, een goed programma op de rails zetten en straks topkandidaten om onze idealen voor de gemeente waar te maken.

In de media: D66-onderwijsvrijwilliger 2015

Logo van D66: groen vlak met witte letter D en de cijfers 6 6.
Marlies Verburght en Bilal Kaya bij de uitreiking onderwijsvrijwilliger van het jaar.

Als jurylid mocht ik ook dit jaar weer meebeslissen wie er in ‘s-Hertogenbosch onderwijsvrijwilliger van het jaar zou worden. Bastion-Oranje en Dichtbij.nl vermeldden dit heugelijke feit en mijn jurydeelname. Dit is toch elk jaar weer een feestje om aan te mogen bijdragen!

Onderzoek Levende Talen naar verschil CE-SE

Logo van Levende Talen

Infographic Levende Talen

Het is alweer bijna twee maanden geleden, maar Levende Talen heeft onderzoek gedaan onder talendocenten naar hun ervaringen rondom het verschil tussen CE en SE. De onderwijsinspectie stuurt namens de overheid op een zo klein mogelijk verschil tussen het CE- en SE-cijfer. Dat gebeurt op schoolniveau en vanuit de school op vakniveau en soms zelfs op docentniveau.

Nu roepen ik en mijn collega’s bij de talen al jaren dat deze indicator voor de talenvakken helemaal geen goede indicator is. Levende Talen brengt die kritiek nu samen in een goedverzorgd rapport: Effect van sturing op de discrepantie tussen de cijfers van het centraal examen en het schoolexamen bij talen.

Ik kan zelf een hoop woorden spenderen aan de kern van de kritiek, maar het persbericht van de vereniging is hierover helder:
Het verschil tussen de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen in het voortgezet onderwijs mag niet te groot zijn. Onderzoek naar de effecten van de sturing op het verkleinen van dit verschil laat zien dat deze sturing vooral leidt tot nog meer ‘teaching to the test’. Leraren Nederlands en Moderne Vreemde Talen worden onder druk gezet om steeds meer aandacht te besteden aan de training van het centraal examen en dat bestaat uit leesvaardigheid, waardoor er steeds minder tijd en aandacht overblijft voor andere taalvaardigheden, zoals schrijven en spreken.
[…]
In dit licht is het niet verwonderlijk dat het hoger onderwijs klaagt over de taalbeheersing van instromende studenten: ze kunnen misschien wel steeds beter meerkeuzevragen beantwoorden bij cito-teksten, maar of ze een studietekst ook werkelijk begrijpen, of zelf een verslag kunnen schrijven, krijgt steeds minder aandacht in het voortgezet onderwijs.De belangrijkste aanbeveling uit het onderzoek, ondersteund door zowel leraren als experts, is om de sturing op het verschil tussen schoolexamencijfers en cijfers voor het centraal examen te beperken door te kijken naar landelijke verschillen per vak en door schoolbestuurders bij te scholen in de kwaliteitsborging van schoolexamens.
[…]
Een flyer met een interessante infographic is ook op de site van Levende Talen te vinden.

Die mooie baan in het onderwijs…

Stockafbeelding over onderwijs: een groep kinderen met de hand omhoog om de beurt te krijgen, op de achtergrond vervaagd een krijtbord met een docent ervoor.
Stockafbeelding over onderwijs: een groep kinderen met de hand omhoog om de beurt te krijgen, op de achtergrond vervaagd een krijtbord met een docent ervoor.

Afgelopen week schreven enkele jonge docenten in de Volkskrant een artikel naar mijn hart. Zij legden pijnlijk de vinger op zere plek in het onderwijs: het aanzien van het vak en de inbedding in de arbeidsmarkt.

De laatste maanden merk je dat onder druk van verdere bezuinigingen, hooggestemde idealen, politieke discussies en onvrede in het onderwijsveld discussies opkomen over de toekomst van ons vakgebied. Hopelijk zet deze discussie door en gaan we het in Nederland eindelijk weer eens hebben over stippen op de horizon. Over het waarom, in plaats van het wat of hoe.

‘Die mooie baan in het onderwijs is ook een fuik’

Waar mensen met een arbeidsverleden in het bedrijfsleven vaak zo aan de slag kunnen in het onderwijs, zit de leraar in de regel zijn hele carrière opgesloten op school. Dat schrijft een groep leraren met een universitaire graad.

Als starters in het vak hebben wij bewust voor het leraarschap gekozen. We hebben een universitaire graad, volgen nu de lerarenopleiding, halen daarmee een tweede master en staan betaald voor de klas. Dit bevalt goed. Bovendien voelen we ons ook gewenst…

Lees het artikel verder op de site van de Volkskrant

Burgerschap: al twee eeuwen niets veranderd

J.J.L. van der Brugghen maakte van vaderlandse geschiedenis in de 19e eeuw een verplicht schoolvak, onderdeel van (de) (burgerschap)svorming
J.J.L. van der Brugghen maakte van vaderlandse geschiedenis in de 19e eeuw een verplicht schoolvak, onderdeel van (de) (burgerschap)svorming

In het tijdschrift De negentiende eeuw stond deze keer [36 (2012) 2] een mooi artikel over burgerschapsvorming: Vaderlandse geschiedenis en de participerende burger. Onderwijs in burgerschap in het midden van de negentiende eeuw. Het artikel laat mooi zien dat er in twee eeuwen niet veel is veranderd. Er komen iedere keer mensen die vinden dat het onderwijs de morele kompassen van de burgers zo moet afstellen dat zij actieve, morele of sociaal bewogen deelnemers aan de maatschappij worden.

Ik geloof niet zo sterk in de mogelijkheden van het onderwijs om al dit soort thema’s bij te brengen. Ouders en opvoeders zijn vele malen belangrijker voor het bijbrengen van maatschappelijke vaardigheden. In dat geval geldt veelal ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. Zeker in het voortgezet onderwijs, waar een leerling al snel tussen de 12 en 16 docenten voorbij ziet komen in een week, is de invloed van de docent beperkt.

Het artikel biedt en interessante inkijk in het denken over burgerschap en de rol van het onderwijs hierin. De laatste jaren grijpen politici vaker terug op oplossingen die in de negentiende eeuw of daarvoor gemeengoed waren. Laten we leren van het verleden en de oplossing als een schoolvak ‘burgerschapsvorming‘ snel terzijde schuiven.