Paul Frissen, De integrale staat

Kaft van De integrale staat: een schilderij van Jheronimus Bosch met diverse fantasievolle figuren tegen een zwarte achtergrond.
Kaft van De integrale staat: een schilderij van Jheronimus Bosch met diverse fantasievolle figuren tegen een zwarte achtergrond.

Het basisidee in De integrale staat is interessant en zet aan het denken. Waar in de overheid namelijk al decennia is geroepen dat er integraal gewerkt moet worden, denk aan het Integrale Skillspaspoort waar ik al anderhalf jaar columns voor schrijf, gaat Frissen tegen dat idee in. Hij noemt het een gevaarlijk idee, omdat het tegen de democratische vrijheid en pluraliteit ingaat, omdat inclusie juist kan uitsluiten, omdat de overheid maakbaarheid voorop zet wat leidt tot controle en sturing.

Dat idee is klein, de uitwerking mijns inziens onnodig groot en omslachtig. Daarbij schrijft Frissen in lange, soms ondoorgrondelijke zinnen. Bladzijde 47 bijvoorbeeld: gedoogbeschikking, inkapseling, subversiviteit, draconisch, enkelvoudig gezichtspunt, universele taal, redelijke rechtvaardigheid. En dan zit ik op 1/3e van de bladzijde.

De hoofdstukken die volgen nadat het basisidee zo ongeveer is neergezet, lijkt een reeks willekeurige voorbeelden. Waarom deze zaken om dieper in te duiken? Wat is de samenhang daar weer tussen? In het laatste hoofdstuk komt het wel wat samen, maar De integrale staat is zelf een wat gedesintegreerd boek en lang niet zo sterk als ik op basis van interviews verwacht had.

Beoordeling: 2 sterren