Mythes over de arbeidsmarkt, deel 3: een diploma is voldoende bewijs

Afbeelding bij mythes over de arbeidsmarkt: mythe 3.

Matchen op basis van diploma’s is nog steeds de standaard op de arbeidsmarkt. Maar een diploma geeft geen compleet beeld van iemands kunnen. Volgens Wim Pelgrim en Laurens Waling zijn onderwijs- en skillswallets daarom een goede aanvulling.

Traditionele diploma’s blijven waardevol. Ze geven richting, bieden een basis en laten zien dat iemand startbekwaam is in een bepaald vakgebied. In veel vacatureteksten zie je ze daarom ook nog steeds terug. Scholen worden ook bijna volledig gefinancierd op basis van het aantal studenten, de snelheid richting een diploma en het aantal diploma’s.


Serie acht mythes over de arbeidsmarkt

Het gaat toch allemaal prima op de arbeidsmarkt? Nou, niet helemaal, vinden Wim Pelgrim en Laurens Waling. In deze serie ontkrachten zij acht hardnekkige mythes over de arbeidsmarkt. Mythes die logisch klinken bij lage werkloosheid, maar die innovatie juist in de weg staan; de broodnodige innovatie die moet voorkomen dat onze arbeidsmarkt de komende jaren langzaam vastdraait. Elke maand gaan ze in op een van die mythes.

“De kernvraag is niet langer hoeveel mensen we aan het werk hebben, maar hoe talent zich ontwikkelt, beweegt en wordt ingezet in een economie waarin taken, vaardigheden en context voortdurend verschuiven.”


Denkfout 1: een diploma geeft een helder beeld van iemands kunnen

Hoewel veel matching op de arbeidsmarkt op basis van diploma’s plaatsvindt en we de overtuiging hebben dat we op basis van een cv of diploma weten wie werkgevers in hun bedrijf binnenhalen, is dat alles behalve de werkelijkheid. Diploma’s geven een te grof en te statisch beeld van iemands kunnen om de dynamiek van moderne werkrollen te vangen. Functies veranderen sneller dan opleidingsprogramma’s, loopbanen zijn minder lineair en vaardigheden worden steeds vaker opgebouwd via verschillende contexten: werk, mantelzorg, vrijwilligerswerk, bij- en omscholing.

Tegelijkertijd zien we nationaal en internationaal een duidelijke verschuiving naar aanvullend, fijner en actueler bewijs van wat iemand kan. Denk aan EVC’spraktijkverklaringenmicrocredentials, verifiable credentials en skillswallets. Niet als vervanging van diploma’s, maar als aanvulling: concreter, overdraagbaar en beter bruikbaar in matching, mobiliteit en ontwikkeling.

Ook in Nederland lopen inmiddels meerdere pilots met digitale onderwijs- en skillswallets. Daarin worden leeruitkomsten, vaardigheden en ervaring op een veilige en gestandaardiseerde manier vastgelegd, los van één opleiding, één instelling of één moment in de tijd. Zo ontstaat een dynamisch profiel dat meebeweegt met iemands loopbaan en beter aansluit bij een arbeidsmarkt waarin mensen vaker wisselen van rol, sector en leerpad.

Denkfout 2: skills hoef je niet continu bij te houden

Lang niet iedereen die ergens werkt, volgt regelmatig na- of bijscholing. Jaarlijks ligt dat tussen de 13 en 15 procent. Maar diploma’s verouderen en skills die je niet onderhoudt, daar word je minder goed in.

Skills hebben volgens het World Economic Forum een halveringstijd, de tijd waarin een skill de helft van zijn ‘waarde’ verliest. Volgens het WEF is dat vijf jaar; onderzoek van Sagar Goel van Boston Consulting Group laat zien dat technische skills een halveringstijd hebben van zelfs 2,5 jaar. Kortom: kennis kan op veel plekken niet meer decennia mee.

Bij oudere werknemers leidt het skillsverlies zelfs tot grotere afwezigheid, een minder lange periode waarin mensen blijven werken, burn-out en verminderde werkbetrokkenheid. Blijven leren en blijven ontwikkelen is dus geen luxe, maar een noodzaak. Een diploma kan dus geen eindpunt zijn: skills moet je bijhouden!

Denkfout 3: je moet eerst iets kunnen voor je aan de slag mag

Uiteraard mag niet iedereen zomaar elk beroep uitvoeren. Het stereotype voorbeeld hiervan is de geneeskunde: je wil graag een gediplomeerde arts aan je bed. Maar dat geldt ook voor een verbouwing van je huis: beun de haas mag aan je huis voorbij. Maar in een wereld waarin er krapte is op de arbeidsmarkt, waarin AI en automatisering steeds meer routinetaken overnemen, wordt de skill om kennis toe te passen, te leren en je aan te passen belangrijker dan wat je op een cv of diploma hebt staan. Menselijke vaardigheden, leervermogen en toepasbare skills bepalen steeds vaker de toegevoegde waarde.

Dat dit geen theoretisch verhaal is, blijkt ook uit de praktijk. Organisaties zoals ’s Heeren Loo laten zien hoe je vanuit andere skills kunt aannemen: niet starten bij het diploma, maar bij de vaardigheden, motivatie en ontwikkelbaarheid die nodig zijn voor het werk. Door mensen met het juiste talent binnen te halen en hen gericht te ondersteunen in leren en groeien, ontstaat een inclusievere én effectievere instroom.

Met welke bouwstenen lossen we dat op?

Een diploma is een waardevol bewijs, maar niet het enige dat we nodig hebben om mensen en functies op de arbeidsmarkt te matchen. We moeten:

  • de waarde van het diploma herwaarderen en aanvullen met andere bewijzen.
  • Mensen zouden toegang tot diverse bewijzen moeten kunnen krijgen die op een veilige manier moeten worden opgeslagen in een wallet.
  • Zo kunnen mensen altijd beschikken over een actueel, overdraagbaar en contextueel overzicht om een goed gesprek te kunnen voeren over matching met werk en opleidingen. 

Whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid’. 

Deze bouwstenen en de zeven andere mythes werken Wim en Laurens verder uit in hun whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid. Hoe we de arbeidsmarkt van morgen nu al bouwen’. Download het complete whitepaper gratis op HRMorgen. 


Mythes over de arbeidsmarkt, deel 2: De arbeidsmarktcrisis is voorbij

Afbeelding bij mythes op over arbeidsmarkt: mythe 2.

Omdat de werkloosheid laag is en de economie groeit sinds begin 2024, lijkt de arbeidsmarkt terug in balans. De ergste krapte zou achter ons liggen en eventuele problemen zouden zich vanzelf oplossen bij economische afkoeling. Maar die redenering verwart conjunctuur met structuur, zeggen Wim Pelgrim en Laurens Waling.


Serie acht mythes over de arbeidsmarkt

Het gaat toch allemaal prima op de arbeidsmarkt? Nou, niet helemaal, vinden Wim Pelgrim en Laurens Waling. In deze serie ontkrachten zij acht hardnekkige mythes over de arbeidsmarkt. Mythes die logisch klinken bij lage werkloosheid, maar die innovatie juist in de weg staan; de broodnodige innovatie die moet voorkomen dat onze arbeidsmarkt de komende jaren langzaam vastdraait. Elke maand gaan ze in op een van die mythes.

“De kernvraag is niet langer hoeveel mensen we aan het werk hebben, maar hoe talent zich ontwikkelt, beweegt en wordt ingezet in een economie waarin taken, vaardigheden en context voortdurend verschuiven.”


Denkfout 1: Cijfers vertellen hoe gezond de arbeidsmarkt is

Lage werkloosheid betekent niet dat de arbeidsmarkt goed functioneert. Nederland kampt met hardnekkige tekorten in sectoren die onze samenleving dragen: zorg, onderwijs, techniek en ICT. Die tekorten zijn geen tijdelijke pieken, maar het gevolg van demografie, vergrijzing, veranderende zorgvraag en technologische transities.

Ook bij economische afkoeling blijft het aantal openstaande vacatures hoog. In meerdere kwartalen waren er zelfs meer vacatures dan werklozen. Dat wijst niet op herstel, maar op een situatie die blijvend uit evenwicht is.

Dat zie je scherp in de praktijk:

  • In de zorg laten prognoses zien dat  richting 2040 bijna één op de vier werkenden nodig zou zijn om de vraag bij te houden. Dat is onhaalbaar zonder fundamentele veranderingen in organisatie van werk, technologie en inzet van talent.
  • In het onderwijs leiden aanhoudende tekorten tot grotere klassen, minder aandacht per leerling en in sommige regio’s zelfs lesuitval, terwijl de uitstroom door werkdruk en vergrijzing toeneemt.
  • In techniek en ICT blijven vacatures langdurig openstaan, lopen projecten vertraging op en wordt groei afgeremd door een gebrek aan cruciale vaardigheden.

Zelfs als er tijdelijk weer meer werklozen dan vacatures zijn, is de crisis niet voorbij. Dat is zelden herstel, maar een teken dat vaardigheden en werk niet op elkaar aansluiten. Mensen hebben niet de juiste skills, kunnen die niet snel genoeg aantonen of lopen vast op diploma-eisen, beperkte erkenning van ervaring en hoge instapdrempels. Het probleem zit niet in aantallen, maar in aansluiting en mobiliteit.

Denkfout 2: Krapte en overschot zijn gelijk verdeeld

Het dominante krapteverhaal suggereert dat overal hetzelfde probleem speelt. In werkelijkheid is de arbeidsmarkt sterk gefragmenteerd. Naast sectoren met tekorten zijn er sectoren en beroepen waar overschotten ontstaan of de banenkansen structureel beperkt zijn.

Met de opkomst van AI ontstaan bijvoorbeeld overschotten in beroepen rond data-invoer, post en contentproductie. Ook in krimpsectoren zoals fysieke retail en in beroepen met traditioneel veel aanbod, zoals dierenverzorgers, fotografen, journalisten of lifecoaches, blijft het aanbod groter dan de vraag. Zelfs binnen kraptesectoren is het beeld niet uniform. Het lerarentekort geldt niet voor alle vakken en verschilt sterk per regio.

Wie alleen spreekt over ‘de arbeidsmarkt’, mist deze verschillen en ontneemt zicht op waar gerichte interventies nodig zijn.

Denkfout 3 | Een baan is de basis van een plek op de arbeidsmarkt

Krapte zit zelden in complete functies, maar in taken die blijven liggen, werkdruk veroorzaken of kwaliteit onder druk zetten. Tegelijk is er veel latent potentieel dat we slecht benutten: mensen die niet fulltime inzetbaar zijn maar wel taken kunnen oppakken, mensen in re-integratie, vrijwilligers en professionals die op papier vol zitten maar in de praktijk ruimte hebben als het werk slimmer wordt ingericht.

Als je werk opknipt, roteert en anders verdeelt, zie je twee dingen tegelijk. Er is veel werk dat anders georganiseerd kan worden en er is veel talent dat nu vastzit. Op papier lijkt er dan weinig aan de hand, maar in de praktijk blijven verloop en verzuim hoog en zakt betrokkenheid weg. Dat is een systeemprobleem, geen wervingsprobleem.

Niet voor niets wijzen analyses van Wennink en Draghi erop dat productiviteit, skills en arbeidsmobiliteit doorslaggevend zijn voor toekomstige groei. De arbeidsmarktcrisis is niet verdwenen, ze is van vorm veranderd. De kern zit niet in te weinig banen, maar in te weinig beweging, te weinig aansluiting en te weinig ruimte om talent anders te organiseren.

Met welke bouwstenen lossen we dit op?

Voor een wendbaardere arbeidsmarkt, die minder draait om aantallen en meer om benutting van talent, is een ander fundament nodig. Dat vraagt om:

  • sturen op het ontwikkelen en erkennen van skills, in plaats van uitsluitend op diploma’s en cv’s
  • werk anders organiseren via taakdifferentiatie, flexibele rollen en slimme inzet van technologie, waardoor arbeidsmobiliteit binnen organisaties, tussen sectoren en regionaal ondersteund wordt
  • een andere manier van matchen tussen skills en taken, ondersteund door passende infrastructuur

Zonder die keuzes blijft de arbeidsmarkt schommelen tussen krapte en overschot, zonder het onderliggende probleem op te lossen.


Whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid’. 

Deze bouwstenen en de zeven andere mythes werken Wim en Laurens verder uit in hun whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid. Hoe we de arbeidsmarkt van morgen nu al bouwen’. Download het complete whitepaper gratis op HRMorgen.


Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 1: iedereen die wil werken, kan ook werken

Mythes over de arbeidsmarkt, deel 1: iedereen die wil werken, kan ook werken

Mythes over de arbeidsmarkt.
1. iedereen die ook wil werken, kan ook werken.

De Nederlandse arbeidsmarkt lijkt sterk, met hoge arbeidsparticipatie en lage werkloosheid, maar dat is niet het hele verhaal. Onder de oppervlakte spelen skillsmismatches en onbenut talent. Wim Pelgrim en Laurens Waling laten zien wat er aan de hand is aan de hand van 8 mythes.

Nederland kent een hoge arbeidsparticipatie, dat is een feit. Ruim 73 procent van de bevolking tussen 15 en 75 jaar werkt of zoekt actief naar werk. Aan de andere kant is de werkloosheid met ongeveer 3,5 tot 3,9 procent historisch laag, volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Op macroniveau lijkt de conclusie daarmee logisch: wie wil werken, kan werken. Maar wat gebeurt er onder de oppervlakte? Dat laten Wim Pelgrim en Laurens Waling zien in dit eerste deel van een serie waarin zij mythes over de arbeidsmarkt ontkrachten.


Serie acht mythes over de arbeidsmarkt

Het gaat toch allemaal prima op de arbeidsmarkt? Nou, niet helemaal, vinden Wim Pelgrim en Laurens Waling. In deze serie ontkrachten zij acht hardnekkige mythes over de arbeidsmarkt. Mythes die logisch klinken bij lage werkloosheid, maar die innovatie juist in de weg staan; de broodnodige innovatie die moet voorkomen dat onze arbeidsmarkt de komende jaren langzaam vastdraait. Elke maand gaan ze in op een van die mythes.

“De kernvraag is niet langer hoeveel mensen we aan het werk hebben, maar hoe talent zich ontwikkelt, beweegt en wordt ingezet in een economie waarin taken, vaardigheden en context voortdurend verschuiven.”


Denkfout 1: onbenut potentieel buiten beeld

De krapte is geen tekort aan mensen, maar aan inzetbare vaardigheden op de juiste plek. In Nederland stonden de afgelopen jaren structureel meer vacatures open dan er werklozen waren: in 2022 ging het om ongeveer 130 vacatures per 100 werklozen (OECD). Zelfs als iedereen morgen aan het werk zou zijn, blijven de tekorten bestaan. De bottleneck zit dus niet in motivatie, maar in aansluiting, omscholing en mobiliteit.

In Nederland staan honderdduizenden mensen langs de kant en een kwart werkt onder het niveau van de skills die zij hebben. Het gaat soms om starters met doorgroeimogelijkheden, maar ook om mensen met een arbeidsbeperking of langdurige gezondheidsklachten die met enige ondersteuning prima zouden kunnen werken. Het gaat om statushouders van wie kennis en ervaring uit het buitenland nog onvoldoende worden herkend. Maar het gaat ook om grote groepen werkenden die vastzitten in deeltijd, roosters, zorgtaken of organisatiegrenzen, terwijl zij meer zouden willen en kunnen werken.

Daarnaast is er een aanzienlijke groep mensen die werkt onder hun opleidings- of vaardigheidsniveau, juist in sectoren waar de personeelstekorten groot zijn. Niet omdat zij minder kunnen, maar omdat instroom vaak plaatsvindt via smalle functies, diploma’s of ervaring niet worden erkend, en doorgroeien onvoldoende is georganiseerd. Werk wordt opgeknipt in taken, terwijl het beschikbare talent veel breder is.

Dat is geen individueel falen. Het is het gevolg van een arbeidsmarktsysteem dat talent vooral beoordeelt op functie, contractvorm en papier, en onvoldoende kijkt naar wat mensen daadwerkelijk kunnen en willen bijdragen.

Denkfout 2: mensen willen niet overstappen

Opvallend is dat de arbeidsmobiliteit relatief laag blijft, ondanks de krapte. Minder mensen wisselen van sector dan je op basis van de tekorten zou verwachten. In de zorg, techniek of onderwijs schreeuwt men om personeel, er zijn zelfs tekenbonussen van 10.000 euro beschikbaar! Maar het probleem is niet dat mensen niet willen; mensen kunnen niet. Omdat instroomdrempels hoog zijn, skills niet erkend worden en werkgevers risicomijdend selecteren.

Denkfout 3: werkgevers staan open voor iedereen

De mythe dat iedereen welkom is op de arbeidsmarkt botst hier met de praktijk. Werkgevers staan in tijden van krapte nog steeds niet open voor iedereen. Een gat in het cv, een niet-lineaire loopbaan, een andere achtergrond of een onduidelijk diploma kan al voldoende zijn om af te vallen. Krapte leidt dus niet automatisch tot inclusie. Mensen hebben dus geen afstand tot de arbeidsmarkt, het is in de woorden van Leendert de Bell precies andersom: ‘De huidige arbeidsmarkt heeft een afstand tot mensen.’

Met welke bouwstenen lossen we dat op?

De arbeidsmarkt functioneert goed in aantallen, maar minder goed in benutting van talent. Wie alleen naar werkloosheid kijkt, mist precies waar de echte frictie zit. Om die frictie op te lossen, zijn andere fundamenten nodig.

Dat begint niet bij instrumenten, maar bij een andere manier van kijken naar werk:

  • organisaties moeten werk ontleden in taken en vaardigheden in plaats van in vaste functies
  • leidinggevenden moeten leren kijken naar potentieel en ontwikkelbaarheid in plaats van naar cv-zekerheid
  • recruiters moeten ruimte durven maken voor instroom die niet perfect past, maar wel kan groeien

Pas daarna komen de ondersteunende middelen:

  • investeren in goede matchingsinstrumenten, zodat er een inhoudelijk gesprek kan plaatsvinden over wat iemand kan en kan leren
  • zorgen dat mensen hun skills-bewijs veilig en overdraagbaar kunnen meenemen, bijvoorbeeld via een persoonlijke wallet

En tenslotte de fundamentele ontwerpvraag:

  • binnen welke arbeidsrelatie organiseren we dit?
  • hoe zorgen we voor een overstap met een zachte landing, zonder dat beweging leidt tot inkomensonzekerheid?

Zonder deze samenhang blijft de arbeidsmarkt draaien in aantallen, maar vastlopen in benutting.


Whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid’. 

Deze bouwstenen en de zeven andere mythes werken Wim en Laurens verder uit in hun whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid. Hoe we de arbeidsmarkt van morgen nu al bouwen’. Download het complete whitepaper gratis op HRMorgen