Van BV Nederland managen naar samen een land vormen

Van BV Nederland managen naar samen een land vormen schreef Wim voor de stichting vernoemd naar Hans van Mierlo, hier op een zwart-witfoto.

“Het rapport-Wennink is een dwingende routekaart voor de BV Nederland.” “Zij zorgen ervoor dat de BV Nederland het geld heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.” “De impact van fiscale veranderingen op de BV Nederland.” “De olieprijsschok is een kostenpost voor de BV Nederland.” “Achterstallig onderhoud aan wegen kost BV Nederland nu al 7 miljard per jaar.” “De BV Nederland begon als metafoor, maar is inmiddels de harde werkelijkheid.” Wie even zoekt in nieuwsberichten van de laatste maanden komt de metafoor de BV Nederland regelmatig tegen. Er is zelfs een podcast met de naam BV Nederland.

Waar de metafoor ooit is ontstaan, heb ik niet kunnen achterhalen, maar een zoektocht binnen Delpher maakt wel duidelijk dat er begin jaren ‘80 een VARA-programma was met deze naam. Al ruim 40 jaar, bepaalt dit beeld dus mede hoe we naar Nederland kijken. Taal stuurt, structureert en vormt ons denken, maar is een economische, bedrijfsmatige, managementbril de manier waarop we naar de inrichting van ons land willen kijken? Is dit hoe we onze samenleving, onze mensen, ons leefomgeving willen zien? Willen we de komende 60 jaar op een bedrijfsmatige wijze Nederland blijven optimaliseren?

Een land, een samenleving is geen bedrijf. Een besloten vennootschap heeft als belangrijkste kenmerk dat er een aandelenkapitaal is, dat is verdeeld over een aantal mensen. Maar hebben wij als burgers een aandeel in de winst van het bedrijf Nederland? Zijn wij aandeelhouders die een bepaald “Return On Investment” (ROI) verwachten en proberen mee te sturen op de “Key Performance Indicators” (KPI)? We hebben een nieuwe metafoor nodig; we zijn niet de BV Nederland, we zijn een vereniging met gelijkwaardige leden.

Andere taal om nieuwe richtingen te wijzen

Op het moment dat je met een ander beeld, een nieuwe metafoor gaat kijken naar de wereld, ga je anders praten over die wereld. In een vereniging zijn er geen aandeelhouders met een winstdeling, maar leden die samen werken aan het gezamenlijke doel. Dat is bovendien vaak een doel dat veel meer in het relationele of ideële ligt en niet in het financiële. Je verschuift daarmee de focus, de taal en uiteindelijk de werkelijkheid van mensen.

Zo wil D66 al heel lang vertrouwen op de eigen kracht van mensen, maar in de praktijk wordt de klant vooral als lastig ervaren. De klantreis lijkt bedrijfsmatig centraal te staan, maar ondertussen is ook het woord participatiemaatschappij bedacht en moet de klant veel zelf uitzoeken en regelen. Vanuit zelfredzaamheid gaat de overheid ervan uit dat consumenten voor hun recht en geld opkomen in het woud van regelingen. We willen echter toe naar leden van onze samenleving die écht vertrouwen krijgen: een basisinkomen dat rust geeft, een gezond bestaansminimum om van daaruit te kunnen bouwen, maar ook de plicht om terug te geven aan diezelfde samenleving als daar ruimte voor is.

Dat sluit heel mooi aan bij het belonen van prestaties en delen van de welvaart. Nu werken we met incentivering: zorgen dat mensen zich “goed” gaan gedragen, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daartegenover werken we met bonusstructuren om “goed” gedrag te belonen, met name aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Competitie tussen bedrijven is gezond, maar tussen mensen? Accountability en gerichtheid op groei zijn uitgangspunten waarmee mensen niet gezonder en gelukkiger worden. We willen toe naar leden van onze samenleving die écht kunnen bouwen op een deel van onze gezamenlijke welvaart: een erfenis of ander geluk mag niet leiden tot vergroting van verschillen, maar als iemand vanuit eigen kracht ergens aan werkt, moet er loon naar werken zijn.

In onze geglobaliseerde wereld denken en handelen we internationaal. We varen scherp aan de wind als het om internationale supply chains gaat, zoals we met corona in 2020 of de gasreserves in de winter van 2025/2026 gezien hebben. Bovendien vragen we nogal wat van de interculturele competentie en de netwerkskills van burgers, zonder dat we hen die aanleren of mensen daarin goed meenemen. We willen toe naar leden van onze samenleving die in een internationale context lokaal geworteld kunnen zijn en blijven. Die openstaan voor de ander met respect voor verschillen, maar die zich in een grote wereld ook verbonden, geborgen en veilig voelen. Dat vraagt om heldere keuzes op welk niveau welke besluiten worden genomen en inzicht in de manier waarop die tot stand komen.

Op internationaal niveau wordt steeds duidelijk dat we moeten streven naar een duurzame en harmonieuze samenleving. Dat betekent niet enkel praten over circulaire economie, resource management, iemands individuele carbon footprint, human rights tot waar de consument het kan zien en compliance tot de voordeur van het bedrijf. We willen toe naar leden van onze samenleving waarin gezonde en milieubewuste keuzes voor iedereen haalbaar zijn, zonder zware afwegingen te hoeven maken. Zorgen over de wereld moeten leiden tot een gevoel dat het béter wordt, niet slechter. Elk lid van onze samenleving moet daarin kunnen meepraten, niet alleen degenen met de meeste (lobby)invloed, maar een harmonieus gesprek waarin de meerderheid ook rekening houdt met de belangen van minderheden.

Maar het belangrijkste om de bakens te verzetten is het koesteren van de grondrechten en gedeelde waarden. Wanneer we ons richten op procesoptimalisatie, KPI’s halen en budgetaire eisen, worden grondrechten en waarden nogal eens vergeten. We willen toe naar leden van onze samenleving die weten dat het product dat geïmporteerd wordt niet door kinderhanden wordt vervaardigd, dat Nederland en Europa staan voor het beschermen van mensenrechten, ook als dat betekent dat je streng moet zijn tegen bondgenoten. Dat hun rechten beschermd worden wanneer ze een toeslag aanvragen, bezwaar maken of een keer de fout in gaan.

Van BV Nederland naar vereniging in de praktijk

Op een aantal dossiers kan ik deze verschuiving van BV naar vereniging, van financieel gedreven naar samen leven zichtbaar maken. Het is een vingeroefening in anders kijken onze samenleving, van een land dat geen bedrijf is, maar een vorm van samenwerken tussen individuele vrije burgers.

Zo kijken we op dit moment met een economische bril naar vervoer: de Nederlandse Spoorwegen moeten winstgevend zijn; zijn ze dat niet dan levert dat politieke problemen op. Bij snelwegen stellen we die vraag niet, al levert een tolweg in Zeeland wel de nodige frustratie op. Bij auto’s gaat het vervolgens wel om de winstgevendheid van de autoverkoop, subsidie op benzine, ‘ons’ Shell dat het goed doet in de wereld en ondersteuning van onze bedrijvigheid.

Maar als we samen willen leven, wat is ons doel dan? Goed bereikbaar open vervoer voor iedereen moet voorgaan op winst maken met de NS. Schoon vervoer voor iedereen die van A naar B wil moet voorgaan op megawinsten voor autobedrijven. Je stad of het dorpscentrum moet een een plek om te lopen, recreëren, wonen, fietsen en leven, geen parkeerplaats voor iedereen die met de auto overal maar wil kunnen komen.

Ook bij onze inkomensondersteuning, belastingen en verdeling lijken economische wetmatigheden, zoals winst en verlies en de markt bepalend te zijn. Wie het goed doet, ook al is dat ten koste van een ander, mag veel bonus krijgen; wie erft van rijke ouders, mag zelf die rijkdom houden en weer door laten groeien; wie slimme constructies met aandelen en bedrijven weet te bedenken, hoeft minder bij te dragen en komt in een bewonderde lijst mensen terecht: de Quote 500.

Maar is dat het doel dat we hebben als samenleving? Dat de één wint ten opzichte van de ander? Iedereen verdient een goede startpositie en een eerlijke kans om zelf iets van het leven te maken. Iedereen verdient een gelijkwaardige kans op een menswaardig leven. Hoe groot mogen verschillen zijn? Binnen een vereniging hoort iedereen erbij, omdat je samen bezig bent met datzelfde doel. Elleboogt iemand zich daar naar een positie ten koste van anderen, dan zit er een zelfreinigend vermogen in zo’n club.

Of waar het gaat om stikstofproblematiek. Mag daar de winst van de grote boerenbedrijven, melkverwerkers en kunstmestproducenten voorgaan op de gezondheid van bewoners, bouwkansen voor mensen zonder huis of een duurzame toekomst voor komende generaties? Het rapport Niet alles kan overal laat zien dat we keuzes moeten maken, maar dat willen we niet op economische gronden: degene met de meeste economische macht kan overal alles. We doen dat hopelijk als samenleving: door iedereens wensen op de tafel te leggen en eerlijke afwegingen te maken met elkaar; in onze algemene ledenvergadering in de Tweede en Eerste Kamer.

Bedrijven werken in een markt waar het winner-takes-allprincipe geldt. Wie uiteindelijk het sterkst is, wordt het grootst, rijkst en machtigst. Maar dat willen wij niet de komende 60 jaar als politieke uitgangspunten nemen. Laten we gaan werken aan Vereniging Nederland in plaats van de BV Nederland. Een plek waar we samen mooie doelen nastreven. Een plek waar discussie over die doelen en de weg ernaar toe niet gaat om winstmaximalisatie of minimale compliance. Een plek waar we gaan voor maximaal geluk, maximale kansen, maximale ruimte voor iedereen. Een plek waar we gaan voor een Rijnlands model waarin niet alleen de aandeelhouder voorop staat, want wie zijn de aandeelhouders van BV Nederland? Het vraagt verandering, het vraagt een andere taal, het vraagt om inzet de komende 60 jaar, maar dat kan wel!

20 jaar lid van D66

Wim Pelgrim met een blauwe D66-trui aan met het woord Klimaatdrammer erop in witte letters.

20 jaar geleden werd ik lid van D66. Omdat ik een progressief-liberale partij zocht, omdat ik geloof in de sociaal-liberale maatschappij, omdat ik me graag wilde inzetten voor een betere wereld. In die 20 jaar heb ik al heel veel gedaan voor de partij. In De ultieme terugblik in 2018 schreef ik daar al uitgebreid over.

In die 20 jaar ben ik regelmatig trots, boos, ontevreden, blij en 100 andere emoties geweest over de partij. Soms doen we dingen heel goed, soms slaan we de plank flink mis. Maar ik blijf geloven in die sociaal-liberale toekomst die in 1966, maar ook vooral uit de 5 richtingwijzers (1, 2, 3 en 4 hier) zichtbaar werd.

Het logo van D66

Vol vertrouwen blijf ik dan ook lid, met alles wat er anders en beter moet, anders en beter kan en, daar vertrouw ik ook op, anders en beter wordt.

Marcel van Roosmaalen, Nederland onder het systeemplafond

Kaft van Nederland onder het systeemplafond, waarop een man op een trapje staat en met zijn hoofd verdwijnt in een gat in een systeemplafond. In de witte ruimte met het witte systeemplafond staat een hoge plant en een tafel met een bloemstukje.

Beoordeling: 4 sterren

Jaren geleden vond ik de artikelen op De Correspondent onder de noemer “Onder het systeemplafond”. En nu het boek Nederland onder het systeemplafond uitkwam wilde ik het heel graag hebben. Het is een boek om heerlijke elke dag één of twee verhalen uit te lezen. Het typeert heel erg Nederland zoals ik dat onder andere bij D66 heb ervaren. Maar je merkt, zoals wel vaker bij columnbundels, dat je niet te veel achter elkaar moet lezen. De stijl, de inhoud; er komt wel erg veel herhaling in te zitten. Maar het blijft grappig, elke keer weer.

Coen Brummer & Daniël Boomsma, De canon van het sociaal-liberalisme

Kaft van De Canon van het Sociaal-Liberalisme: zwart-witfoto van een begin 20e-eeuwse stad met een ballon boven enkele grote gebouwen.

Beoordeling: 4 sterren

De canon van het sociaal-liberalisme is een leuk boek dat mij een stuk historie biedt bij de andere boeken die ik al over D66 las, zoals Langs de afgrond en Tussen ideaal en illusie. Je krijgt een mooi beeld van de grote lijn in de ontwikkeling van het sociaal-liberalisme. De eindredactie heeft gezorgd voor een zeer leesbare stijl die goed is doorgetrokken in de volledige bundel, ondanks de grote lijst auteurs die heeft bijgedragen.

Het enige minpunt van deze bundel is het feit dat het een dwarsdoorsnede die geen compleet beeld geeft. Het zijn momenten uit de geschiedenis, een beetje zoals bij Nederlandse Literatuur: een geschiedenis. Het levert interessante lijnen op, maar het is geen complete geschiedenis.

Reactie op Scholenreis van D66 over Onderwijs

Als reactie op de Scholenreis van Jan Paternotte en Paul van Meenen, ben ik eens teruggegaan naar de vorige Onderwijsvisie van D66, gemaakt door het toenmalige Kenniscentrum. In 2008 ging een projectgroep daarmee aan de slag en in 2009 verscheen het rapport. Uit dat rapport heb ik de bulletpoints gehaald en met die ideeën over onderwijs in de hand ga ik eens kijken naar de voorgestelde ideeën van nu. En om de conclusie vast te verklappen: de meer abstracte visie van toen en de meer concrete invulling van nu liggen behoorlijk in elkaars verlengde.

  • Ieder individu heeft recht op een minimumniveau van onderwijs dat zoveel mogelijk mensen in staat stelt zelfstandig en onafhankelijk hun leven in te richten.

De basisuitspraak die we in 2009 deden wordt in de nieuwe voorstellen goed concreet ingevuld: met een voorschool geef je iedereen ongeacht opvoeding dezelfde kans bij de start van zijn ontwikkeling en met een verlengde schooldag zet je dat door in het basisonderwijs. Ook met de uitspraken die worden gedaan over de inclusieve school, waar iedereen zijn plekje kan en mag vinden en ondersteuning dichtbij is. Zo zorgen we voor een fundering voor iedereen om zijn leven op te bouwen.

  • Mensen hebben verschillende talenten en capaciteiten en daarom moet er ruimte zijn voor maatwerk in opleidingstempo en -niveau.

Mijn ervaring is dat iedereen wel eens in zijn leven door het ijs zakt. De een wat vaker dan de ander, de een wat harder dan de ander. We doen nu net alsof er drie soorten leerlingen zijn (vmbo, havo, vwo) en als je dat niet kan is er praktijkschool en als je daar te slim voor bent krijg je hoogbegaafdenonderwijs. In de nieuwe concrete plannen komt maatwerk en ondersteuning op maat regelmatig terug: een prima uitwerking die misschien nog wel in de structuur wat aanvulling verdient. Gaan we nog toewerken naar een diploma? Of gaan we dat flexibeler inrichten? Ik ben benieuwd naar de ideeën van en vanuit D66 hierover.

  • De school is een belangrijke plek voor de
    ontwikkeling van sociale vaardigheden.

Op het punt van socialisatie zie ik weinig terug. Paternotte en Van Meenen blijven uit het vaarwater van Curriculum.nu, maar ik ben wel benieuwd wat onze fractie daarvan gaat vinden. Hopelijk komen ze later in dit traject met uitspraken hierover.

  • Onderwijs draagt bij aan burgerschapsvorming en
    maakt leerlingen bewust van democratische normen en waarden.

Grappig genoeg zeiden wij dit 10 jaar geleden nog voor zaken als Trump, fakenews, social media en Brexit een rol speelden in het maatschappelijk debat. Het blijft geen vanzelfsprekendheid dat democratie en rechtstaat blijven bestaan; daar moet je aandacht aan blijven geven. Ook hier is de vraag wat D66 gaat vinden van de burgerschapsvorming binnen Curriculum.nu.

  • Het onderwijs mag niet misbruikt worden om
    utopische maatschappijveranderingen tot stand te brengen.

Ook hier zie je de laatste 10 jaar discussie over: islamitisch onderwijs en bijzondere onderwijskundige concepten staan ter discussie. Maar aan de andere kant vinden we ook dat artikel 23 een belangrijk liberaal idee is, dat je vertrouwen hebt in de docent, de ouder en de mens dat hij in onderling verband onderwijs kan organiseren. Ook de commissie Dijsselbloem sluit hierbij aan. Net zoals ik me afvroeg bij de democratische normen en waarden vraag ik me bij dit punt ook af wat D66 hiervan vindt. Het ontbreekt wat mij betreft in de nieuwe visie.

  • Standaardisering van curricula en eindtermen is
    zinvol zolang het als middel, niet als doel, wordt beschouwd.

Over Curriculum.nu is de afgelopen maanden heel veel gezegd. Langzaam wordt duidelijk dat er een programma gaat komen voor 70% van de lestijd. Die 70% moet duidelijk gevuld worden en (mede naar aanleiding van de podcast die ik erover maakte) de inhoud veel regelmatiger dan nu geactualiseerd. Op die manier ontstaat ruimte voor maatwerk: maatwerk in de klas omdat je 30% van je tijd eigen thema’s kunt inbrengen en maatwerk in het systeem, omdat je een snellere aanpassingscylcus hebt. En belangrijk voor elke docent: loslaten. Niet elk onderwerp móét en zál altijd onderdeel zijn van het basiscurriculum.

D66 kan strikt genomen nog niet veel op dit punt: het vervolgtraject van Curriculum.nu moet hier eerst inhoudelijke stappen in zetten.

  • Selectie mag niet onomkeerbaar zijn. Mensen
    moeten opleidingen kunnen stapelen, omwegen kunnen bewandelen of als
    laatbloeier ontluikende talenten kunnen ontwikkelen.

Dit onderdeel ontbreekt wat mij betreft nog wat te veel in de nieuwe onderwijsvisie van de partij. In de visie op maatwerk voor het voortgezet onderwijs zie je wel het een en ander, maar er kan nog zoveel meer. Het systeem wordt nog niet fundamenteel aangepakt en om met dit punt iets te kunnen, zul je naar een aantal essentiële onderdelen van ons onderwijsgebouw moeten kijken.

  • Maatwerk is nodig om mensen op de voor hen beste
    plek te krijgen.

Nou, dat zien we terug nu. Met terugwerkende kracht lijkt dit een ontzettend open deur, maar 12 jaar geleden was het woord maatwerk nog iets dat rondom zaken als de Sudburry school of Iederwijsscholen hing; het was nog geen mainstream.

  • Opleidingen bereiden voor op werk met hoofd,
    hart of handen, waarbij de nadruk ligt op respectievelijk cognitieve, sociale
    en ambachtelijke vaardigheden. Er is geen hiërarchie tussen de categorieën. Wel
    zijn er binnen die categorieën niveauverschillen.

Ook hier zie je dat we behoorlijk vooruitstrevend schreven in 2008/2009. De discussie over mbo’ers studenten noemen, ‘hoger’ en ‘lager’ opgeleid, het is in 2019 allemaal voorbij gekomen. Maar niet 10 tot 12 jaar terug. En wat mij betreft moet hier in het onderwijssysteem meer gebeuren en dus ook in de nieuwe onderwijsvisie van D66.

  • Een kerncurriculum en de leerplicht zijn
    noodzakelijk voor een minimumniveau van zelfredzaamheid op de arbeidsmarkt.

Dit punt is zojuist al besproken, dat zal ik niet nog een keer doen.

  • Het onderwijs moet een brede basis bieden aan
    leerlingen en studenten.

Ik zie in de verschillende punten twee botsende uitgangspunten: een brede basis en maatwerk tegelijk. Toch moet dat kunnen: brede basis in inhoud en toch ruimte voor verschillende manieren, accenten en eigen aanvullingen vanuit school of leerling. Die botsing, die heel goed past bij de richtingwijzers van D66, past dan ook goed bij de sociaal-liberalen.

  • Het ‘leven lang leren’ is in eerste instantie
    een individuele verantwoordelijkheid of de verantwoordelijkheid van werknemers
    en werkgevers onderling.

Een punt dat in de scholenreis en de nieuwe onderwijsvisie nog niet terugkomt, maar maatschappelijk wel behoorlijk veel aandacht krijgt. In onze visie (2009) legden we de verantwoordelijkheid hiervoor bij werkgevers en werknemers onderling, maar ik denk dat de overheid hier meer in moet gaan sturen. Dit gaat niet vanzelf gebeuren en hier moeten we mensen kansen en zekerheid bieden.

Kortom, de scholenreis en de onderwijsvisie liggen behoorlijk in lijn met wat we in 2008 hebben besproken en in 2009 publiceerden, maar de uitgangspunten zijn nog te smal. Zowel kwalificatie, als socialisatie als allocatie verdienen aandacht. Ga daar mee aan de slag Jan Paternotte en Paul van Meenen!

Column D66 – De ultieme terugblik

Mijn laatste column als voorzitter van D66 ‘s-Hertogenbosch wordt de ultieme terugblik. Na 12,5 jaar stop ik als afdelingsbestuurder binnen D66. 12,5 jaar waarin ik met veel mooie en fijne mensen heb mogen samenwerken, 12,5 jaar waarin ik met D66 de electorale bodem heb gevoeld, maar ook jaren waarin we klaar waren voor de klim, resultaten boekten en winst op winst op winst haalden.

Ik ben trots op wat we hebben bereikt, trots op de weg die we samen hebben afgelegd en trots op de manier waarop de vereniging er in ‘s-Hertogenbosch en het land voor staat. Van houtje-touwtje, van beweging die na de implosie snel opgeheven kan worden, van vrijwillig en soms ook een tikje vrijblijvend naar robuust, toekomstbestendig en professioneel gezellig.

Nijmegen 2005

Campagne D66 in de Marikenstraat met een stelling op een flip-overbord tussen het winkelend publiek.

In 2005 startte ik onder de vleugels van toenmalig afdelingsvoorzitter Henk Beerten, nu lid van het Landelijk Bestuur, samen met Richard Mekking (penningmeester) en Jeroen Bijl (secretaris) in Nijmegen. Al snel nam ik ledenbeleid en campagne onder mijn hoede. We wilden bouwen aan een kennis- en kundebestand en een lijst vrijwilligers met wie we elke maand de straat op konden.

Mijn allereerste telefoontje met een lid dat we nog nooit hadden gesproken weet ik nog goed: Sophie Molema. Ze vond het leuk dat ik belde, wilde graag actief worden en werd al snel lid van het bestuur. Er volgde een groep van zo’n 30 vrijwilligers waar ik regelmatig op kon terugvallen. Ondanks het feit dat we landelijk behoorlijk in de penarie zaten, werden we in Nijmegen met twee zetels in de raad groter dan in de periode daarvoor. Jeroen verhuisde en werd door Leon Wesdijk vervangen, enkele andere bestuursleden kwamen en gingen: Ilhami Yanmaz, Michiel Moret, Rudy Lekkerkerker. Ik werd commissielid in Nijmegen en draaide een jaar mee in de fractie, maar uiteindelijk zou ik Nijmegen gaan verlaten.

Naar ‘s-Hertogenbosch

Eind 2008 verhuisde ik naar ‘s-Hertogenbosch: Hans van Veen en Gerk Oberman waren net begonnen de waakvlam die ze aanhielden op te stoken tot een lekker vuurtje. D66 had geen zetels in de raad vanaf 2006, het bestuur was opgestapt en er gebeurde niets. De twee jaarrekeningen die we begin 2009 nog moesten goedkeuren met de leden bestonden uit 35 euro websitekosten en dat was het.

Diverse leden bezochten echter elke maand de Sireneborrel op de eerste maandag van de maand in de Verkadefabriek. Landelijk werd met Klaar voor de klim gewerkt aan een vernieuwing van inhoud en organisatie. Met huidige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan tafel bij Hans op de Rompert bekeken we de situatie in het Bossche: we waren een ‘rode’ afdeling. Het was nog maar de vraag of we mee konden doen aan de verkiezingen in 2010. Begin 2009 vormden Hans, Gerk, Sander Hölscher en ikzelf een interimbestuur toe en in 2009 kwam daar ook Lenard Schoonen bij. We gingen aan de slag en binnen enkele maanden stond er een programma, een lijst en een behoorlijke club enthousiaste leden, zo’n 80 in totaal, waarvan 20 actief.

Gezamenlijk bouwden we toe naar de verkiezingen van 2010 waarin we met drie zetels terugkwamen in de raad: Jan Smit als fractievoorzitter, Annemarie Hoog Antink, nestor van de fractie en huidig Europarlementariër Matthijs van Miltenburg. Gerk werd vervangen door Fanne Pouw, Camille van den Akker trad toe tot het bestuur en met vijven bouwden we verder aan onze groeiende afdeling die richting 150 leden ging

Secretaris af bij D66

Campagneactiviteit in Rosmalen met Wouter Koolmees en Geert Verbruggen.
ø;

Ikzelf stopte in 2013 als secretaris vanwege een nieuwe baan, midden in het jaar waarin we probeerden toe te groeien naar de verkiezingen van 2014. Robbert van Schaik en daarna René van den Kerkhof namen mijn secretarisrol over, maar legden die ook weer neer vanwege hun ambities op de kandidatenlijst. Uiteindelijk ging Jannes van Hove met Hans, Fanne, Lenard, Camille en mijzelf verder op weg naar een nieuw programma, een nieuwe lijst en een nieuwe campagne. Maar wanneer zouden de verkiezingen zijn? In maart? Of pas in november? We bereiden ons voor, zetten de plannen even in de koelkast om uiteindelijk in november 2014 naar de stembus te gaan.

Dat rond die verkiezingen niet alles goed ging werd in de loop van de weken na de verkiezingen helder. In de aanloop zaten weeffouten in het proces en na de verkiezingen liep niet alles lekker in de nieuwe fractie. Toen ik in april 2015 voorzitter werd, was de motie die opriep tot een onderzoek dan ook mijn eerste belangrijke taak. Het rapport kon enkele maanden later gepresenteerd worden en met de lessen die we leerden hebben we in 2017 ons voordeel gedaan.

Het D66-bestuur in 2017: Thijs van Rens, Sabine de Lange, Wim Pelgrim en Petra van Doorn.
D66-bestuur per september 2017

Bovendien moest er in het bestuur nieuwe richting gevonden worden: zowel inhoudelijk als qua bemensing. Hans en Lenard hadden aangekondigd in april te stoppen; Fanne, Jannes en Camille stopten later in 2015 in het bestuur. Nicolette Schaapsmeerders, Petra van Dooren en Thijs van Rens traden toe tot het bestuur en later voegden ook Sabina de Lange en Sander Gravenberg zich bij hen. Na de afhandeling van het onderzoek werd aangevangen de afdeling in korte tijd een stap verder te brengen waarbij ontmoeting centraal stond: inhoudelijk in steunfractie en themagroepen, gezellig op de borrel en met andere afdelingen in regio-overleg. 

Anderhalf jaar na de start van het bestuur in nieuwe samenstelling, begon de voorbereiding op nieuwe verkiezingen. Verkiezingen die twee maanden achter ons liggen en waar we met veel plezier en trots op kunnen terugkijken.

Trots op D66

Er is veel waar ik met trots en blijdschap op terugkijk. Drie zaken wil ik hier in het bijzonder noemen. Allereerst de Europese Campagne van 2009 waar ik aan mee mocht werken. Een nieuwe huisstijl, een nieuwe strategie en een positieve uitstraling leverden niet alleen veel zetels op, maar ook een goede impuls aan de vereniging. Ik heb daar veel geleerd waar we in diverse andere geledingen nog ons voordeel mee konden doen.

Uitreiking Jet de Bussypenning op het congres.
Uitreiking van de Jet de Bussypenning

Daarnaast ben ik trots op onze terugkeer in ‘s-Hertogenbosch. Niet dat het allemaal vlekkeloos is gegaan, maar van een clubje met minder dan 80 leden, geen zetels en geen activiteiten zijn we opgeklommen naar een club van bijna 300 leden, 70 actieve mensen bij de verkiezingen in 2018, 5 zetels, een tweede collegeperiode en elke maand minimaal één activiteit.

Mijn laatste moment van trots betreft het ontvangen van de Jet de Bussypenning. In 2014, op een moment in mijn leven dat er veel gebeurde, kreeg ik in de Beurs van Berlage de landelijke penning voor leden die zich lokaal buitengewoon hebben ingespannen. De penning ligt op mijn bureau en ik zie hem elke dag liggen, elke dag met trots op alles wat ik tot nu toe met D66 heb meegemaakt!