Omdat de werkloosheid laag is en de economie groeit sinds begin 2024, lijkt de arbeidsmarkt terug in balans. De ergste krapte zou achter ons liggen en eventuele problemen zouden zich vanzelf oplossen bij economische afkoeling. Maar die redenering verwart conjunctuur met structuur, zeggen Wim Pelgrim en Laurens Waling.
Serie acht mythes over de arbeidsmarkt
Het gaat toch allemaal prima op de arbeidsmarkt? Nou, niet helemaal, vinden Wim Pelgrim en Laurens Waling. In deze serie ontkrachten zij acht hardnekkige mythes over de arbeidsmarkt. Mythes die logisch klinken bij lage werkloosheid, maar die innovatie juist in de weg staan; de broodnodige innovatie die moet voorkomen dat onze arbeidsmarkt de komende jaren langzaam vastdraait. Elke maand gaan ze in op een van die mythes.
“De kernvraag is niet langer hoeveel mensen we aan het werk hebben, maar hoe talent zich ontwikkelt, beweegt en wordt ingezet in een economie waarin taken, vaardigheden en context voortdurend verschuiven.”
Denkfout 1: Cijfers vertellen hoe gezond de arbeidsmarkt is
Lage werkloosheid betekent niet dat de arbeidsmarkt goed functioneert. Nederland kampt met hardnekkige tekorten in sectoren die onze samenleving dragen: zorg, onderwijs, techniek en ICT. Die tekorten zijn geen tijdelijke pieken, maar het gevolg van demografie, vergrijzing, veranderende zorgvraag en technologische transities.
Ook bij economische afkoeling blijft het aantal openstaande vacatures hoog. In meerdere kwartalen waren er zelfs meer vacatures dan werklozen. Dat wijst niet op herstel, maar op een situatie die blijvend uit evenwicht is.
Dat zie je scherp in de praktijk:
- In de zorg laten prognoses zien dat richting 2040 bijna één op de vier werkenden nodig zou zijn om de vraag bij te houden. Dat is onhaalbaar zonder fundamentele veranderingen in organisatie van werk, technologie en inzet van talent.
- In het onderwijs leiden aanhoudende tekorten tot grotere klassen, minder aandacht per leerling en in sommige regio’s zelfs lesuitval, terwijl de uitstroom door werkdruk en vergrijzing toeneemt.
- In techniek en ICT blijven vacatures langdurig openstaan, lopen projecten vertraging op en wordt groei afgeremd door een gebrek aan cruciale vaardigheden.
Zelfs als er tijdelijk weer meer werklozen dan vacatures zijn, is de crisis niet voorbij. Dat is zelden herstel, maar een teken dat vaardigheden en werk niet op elkaar aansluiten. Mensen hebben niet de juiste skills, kunnen die niet snel genoeg aantonen of lopen vast op diploma-eisen, beperkte erkenning van ervaring en hoge instapdrempels. Het probleem zit niet in aantallen, maar in aansluiting en mobiliteit.
Denkfout 2: Krapte en overschot zijn gelijk verdeeld
Het dominante krapteverhaal suggereert dat overal hetzelfde probleem speelt. In werkelijkheid is de arbeidsmarkt sterk gefragmenteerd. Naast sectoren met tekorten zijn er sectoren en beroepen waar overschotten ontstaan of de banenkansen structureel beperkt zijn.
Met de opkomst van AI ontstaan bijvoorbeeld overschotten in beroepen rond data-invoer, post en contentproductie. Ook in krimpsectoren zoals fysieke retail en in beroepen met traditioneel veel aanbod, zoals dierenverzorgers, fotografen, journalisten of lifecoaches, blijft het aanbod groter dan de vraag. Zelfs binnen kraptesectoren is het beeld niet uniform. Het lerarentekort geldt niet voor alle vakken en verschilt sterk per regio.
Wie alleen spreekt over ‘de arbeidsmarkt’, mist deze verschillen en ontneemt zicht op waar gerichte interventies nodig zijn.
Denkfout 3 | Een baan is de basis van een plek op de arbeidsmarkt
Krapte zit zelden in complete functies, maar in taken die blijven liggen, werkdruk veroorzaken of kwaliteit onder druk zetten. Tegelijk is er veel latent potentieel dat we slecht benutten: mensen die niet fulltime inzetbaar zijn maar wel taken kunnen oppakken, mensen in re-integratie, vrijwilligers en professionals die op papier vol zitten maar in de praktijk ruimte hebben als het werk slimmer wordt ingericht.
Als je werk opknipt, roteert en anders verdeelt, zie je twee dingen tegelijk. Er is veel werk dat anders georganiseerd kan worden en er is veel talent dat nu vastzit. Op papier lijkt er dan weinig aan de hand, maar in de praktijk blijven verloop en verzuim hoog en zakt betrokkenheid weg. Dat is een systeemprobleem, geen wervingsprobleem.
Niet voor niets wijzen analyses van Wennink en Draghi erop dat productiviteit, skills en arbeidsmobiliteit doorslaggevend zijn voor toekomstige groei. De arbeidsmarktcrisis is niet verdwenen, ze is van vorm veranderd. De kern zit niet in te weinig banen, maar in te weinig beweging, te weinig aansluiting en te weinig ruimte om talent anders te organiseren.
Met welke bouwstenen lossen we dit op?
Voor een wendbaardere arbeidsmarkt, die minder draait om aantallen en meer om benutting van talent, is een ander fundament nodig. Dat vraagt om:
- sturen op het ontwikkelen en erkennen van skills, in plaats van uitsluitend op diploma’s en cv’s
- werk anders organiseren via taakdifferentiatie, flexibele rollen en slimme inzet van technologie, waardoor arbeidsmobiliteit binnen organisaties, tussen sectoren en regionaal ondersteund wordt
- een andere manier van matchen tussen skills en taken, ondersteund door passende infrastructuur
Zonder die keuzes blijft de arbeidsmarkt schommelen tussen krapte en overschot, zonder het onderliggende probleem op te lossen.
Whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid’.
Deze bouwstenen en de zeven andere mythes werken Wim en Laurens verder uit in hun whitepaper ‘Van diploma naar bewijs, van vacature naar vaardigheid. Hoe we de arbeidsmarkt van morgen nu al bouwen’. Download het complete whitepaper gratis op HRMorgen.
Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 1: iedereen die wil werken, kan ook werken