Rob Jetten, Hoe het wél kan

Kaft van het boek Hoe het wél kan van Rob Jetten: foto van de auteur die de mouw van zijn witte overhemd opstroopt met ernaast een groen verticale baan met de titelinformatie.

Bijna een jaar na de voor D66 succesvolle verkiezingen van 2025, kwam ik eraan toe Hoe het wél kan te lezen. Shame on me. Op de zonnige stranden aan de Italiaanse kust, kwam ik inhoudelijk heel veel tegen dat ik al kende en wist. Als je naar een verkiezingscongres bent geweest, waarin het hele programma uit en te na besproken is, vind je weinig nieuws in dit boek.

Het boek komt daardoor voor een doorgewinterde D66’er als ik misschien wat oppervlakkig over. Ik zie de maatschappelijke problemen, ik herken de oplossingen, maar ik mis zelf een slag verdieping. Deze kan het wetenschappelijk bureau doorgaans wel bieden, maar is dat wat het doel is van dit boek?

Want misschien ben ik wel niet de doelgroep. Het boek is wel een heel mooie manier voor nieuwe kiezers, mensen die Rob en het D66-gedachtegoed nog niet zo goed kennen, om kennis te maken. In het boek herken ik namelijk wel duidelijk de sociaalliberale basisbeginselen, uitgangspunten en oplossingen terug. Maar moet je voor die kennismaking dit boek kopen? Of kun je via de andere uitingen van de partij ook al heel veel leren? Misschien moet je gewoon lid worden!

Beoordeling: 3 sterren

In de media: Tijdschrift voor HRM

Taal is niet neutraal

De sociaal politieke context rondom onderwijs en arbeid

Kaft van Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs van Wim Pelgrim: lichtblauwe kaft met diverse icoontjes in donkerblauw boven twee openstaande handen die deze opvangen.

[ Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs ] staat niet op zichzelf. Het is een expressie of representatie van de politieke discussie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeid. Of zelfs een bouwsteen in een politiek-sociaal ontwerpproces, gericht op het flexibiliseren van de competenties van de beroepsbevolking. Om het boek op waarde te kunnen schatten, is een verkenning van die sociaal-politieke context noodzakelijk. Daarbij gaat het onder meer om de waardencreatie in het beroepsonderwijs, en daarmee het professioneel handelen van docenten, dat op het spel staat.

‘Skills’ als voertuig voor ontwerptraditie in beroepsonderwijs,  LLO en HRD

Skillsgericht werken is bedoeld als een nieuwe ontwerptraditie in het beroepsonderwijs,  leven lang ontwikkelen en HRD. Dit nieuwe ontwerp is geïntroduceerd door de overheid, via een samenwerking tussen de ministeries van onderwijs en sociale zaken, gestut door sociale partners. De arbeidsmarkt wordt steeds volatieler, beroepen verschijnen, verdwijnen en veranderen. Het wisselen van baan neemt toe en het op peil houden (of zelfs vergroten) van de concurrentiekracht vraagt om wendbaarheid en levenslange  ontwikkeling en scholing. Skillsgericht werken raakt daarmee ook de kern van HRD.

De term skills is hiervoor het voertuig, zoals blijkt uit het European year of the skills (2023). Skills wordt, ook in het boek van Pelgrim, gepresenteerd als een neutrale term, maar dat is discutabel. De discussie hierover woedt internationaal al sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw. Payne (2017) noemt skills één van meest slippery concepten binnen de sociale wetenschappen, ingekapseld in sociale en machtsrelaties. Het kan gebruikt worden als voertuig voor emancipatie (upskilling) van werknemers, maar ook als excuus voor het voortbestaan van bad jobs (deskilling en/of taakmonotonie). Skill policies zijn nauw verbonden met de roep om flexibilisering op de arbeidsmarkt. Flexibilisering krijgt een verschillende lading, afhankelijk van machtsverhoudingen tussen sociale partners en van de inrichting van de arbeidsmarkt. Dewey (zie Nieuwenhuis & Kuijer-Siebeling, 2022) waarschuwde al in 1916 voor het beschouwen van werknemers als verlengstuk van techniek en organisatie (hij reageerde vooral op de opkomst van de monotone taken aan de lopende band van Ford) en benadrukte het belang van volwaardig vakmanschap als voorwaarde voor democratisch burgerschap.

Tussen aanpassen en ontwikkelen

Deze strijd tussen aanpassen aan de organisatie enerzijds en ontwikkeling van werknemers anderzijds is sindsdien niet meer weg te denken in de discussie over leren en ontwikkelen van vakmanschap en expertise. In de COST-action A11 (1999-2002, zie Nijhof, Heikinnen & Nieuwenhuis, 2002), waarschuwen diverse onderzoekers voor de negatieve impact van flexibilisering op sociale gelijkheid. Het concept skills speelt daarbij een belangrijke rol, aangezien dat gebruikt kan worden voor een analytische kijk op vakbekwaamheid: je kunt eenvoudig de ene skill vervangen door de andere, zonder rekening te houden met de vakvaardigheid van de werknemer. Vaardigheid als wegwerpartikel, in plaats van onderdeel van expertise. Skills zijn een vertaling van ‘taken en technieken’ die in de toolkit van een vakman of vakvrouw zitten, maar niet van ‘sferen van werk’, waarmee Gessler en Höwe (2014; zie ook Nieuwenhuis & Kuijer-Siebeling, 2022) duiden op maatschappelijke waarden die gekoppeld zijn aan beroepen. Zo leveren artsen en verpleegkundigen als maatschappelijke waarde goede gezondheidszorg; installateurs en bouwvakkers leveren een comfortabel huis; rechters en politie leveren veiligheid en orde. Sferen van werk zijn veel minder veranderlijk dan taken en technieken. Juist die maatschappelijke waarden zijn gekoppeld aan beroepstrots van werknemers en aan ambities en interesses van studenten. Een brug slaan tussen onderwijs en arbeid met behulp van de term skills gaat over taken en technieken, maar vergeet de discussie te voeren over maatschappelijke waarde en sferen van werk.  Dat leidt tot Dewey’s ongemak en tot gebrekkig arbeidsmarktbeleid.

Pelgrim positioneert zijn boek niet in de discussie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeid, maar vooral als een onderwijs-interne, technische verhandeling.

Positionering boek in sociaal-politieke en economische context

Skills is een contested en slippery begrip, waarvan het gebruik moet worden begrepen binnen een sociaal-politieke en economische context (zie ook Wheelahan, 2017). Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het boek is opgehangen aan specifiek beleid in Europa en Nederland, waarbij niet de werknemer of de student centraal staat, maar de economische vraag naar arbeid, met een focus op het niveau van taken en technieken. Dit geeft dus een eenzijdig perspectief op het fenomeen skills en op de scholingstaak van het beroepsonderwijs. In termen van Dewey: het sociaal-pedagogisch perspectief ontbreekt in het beleid. De complexiteit van de opdracht van beroepsonderwijs en HRD bestaat er juist in om een balans te vinden tussen het sociale, het professionele en het economische perspectief, in een tijd van continue verandering en ontwikkeling.

Je kunt Pelgrim niet de kwaliteit van het politiek beleid van OCW en SZW aanrekenen. Dat is de taak van ons parlement. Wat ik wél kan doen, is duiden of Pelgrim zijn publiek – de onderwijsprofessionals in het beroepsonderwijs – aanspreekt op het niveau van sferen van werk of van taken en technieken.

De positionering van het boek in de sociaal-politieke en economische context is impliciet, maar tussen de regels door wordt duidelijk dat Pelgrim zijn boek niet positioneert in de discussie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeid en maatschappelijke waarde van het onderwijs, maar vooral als een onderwijs-interne, technische verhandeling.

Gemiste kansen en hoogtepunten

Een rode draad in het boek zijn gesprekken met personae: gefingeerde personages met wie Pelgrim telkens in gesprek gaat, om zijn verhaal van praktische waarde te laten zijn. Docenten en studenten fungeren als persona, maar geen enkele praktijkbegeleider of HR-officer. Dat is een gemiste kans. De vakexpert op de werkplek is namelijk onontbeerlijk voor skills-gericht werken in (én na) het beroepsonderwijs.

In een uitgebreid hoofdstuk beschrijft Pelgrim de geschiedenis van het beroepsonderwijs met als ‘hoogtepunt’ de inrichting van hogescholen voor het hbo en ROC’s (regionale opleidingscentra) voor het mbo. Scholen zijn weliswaar een efficiënte organisatie voor kennisoverdracht, maar hebben ook de neiging om los te groeien van de wereld van werk. Pas in het een-na-laatste hoofdstuk wordt de omgeving van het beroepsonderwijs kort beschreven. Goed beroepsonderwijs vraagt aandacht voor de verbinding tussen onderwijs en werk en voor de educatieve rol van professionals in de beroepspraktijk. Dat geldt eens te meer voor leven lang ontwikkelen en HRD.

Na het historisch overzicht behandelt Pelgrim de introductie van de term skills. We kennen in Nederland een groot aantal termen, waarmee we ongeveer hetzelfde bedoelen: vaardigheid, bekwaamheid, competentie, kwalificatie, expertise. In feite stelt hij dat de term skills niet veel toevoegt, maar dat het nu eenmaal de nieuwe term is in overheidsbeleid – de overheid is er zelf blijkbaar nog niet van overtuigd, want het skillsgericht werken wordt ingevoerd door een organisatie die zichzelf CompetentNL noemt.

Maar de politieke lading van een nieuwe term moet niet onderschat worden. Zo is de term ‘startkwalificatie’ ooit geïntroduceerd door de commissie Rauwenhoff (1986), om een nieuwe scholingsambitie voor jongeren vast te leggen; dat heeft geresulteerd in een nieuw hoofdstuk in de leerplichtwet, met nog steeds actuele impact voor laaggeschoolde jongeren én hun werkgevers. Met de term skills hoopt de overheid een soortgelijke impact te organiseren; in de introductie van deze boekbespreking heb ik daarbij gewezen op de risico’s die daarmee verbonden zijn: skills als vervangbare componenten van flexibele werknemers in plaats van sferen van werk die leidend zijn voor de beroepskeuze van veel studenten. Veel van de 49 reflectietools van Pelgrim hinten wel naar deze discussie, maar dat moet de lezer er zelf maar uithalen.

Veel aandacht voor waarderen, beoordelen en vastleggen van skills

De terminologische discussie over skills gaat bij Pelgrim over in een discussie over het waarderen en beoordelen van skills. Dat is van belang, omdat één van de beleidsinstrumenten het skills-paspoort is, waarmee de geschoolde werknemer zich kan bewegen over de arbeidsmarkt. De vraag wat je kunt vastleggen en hoe dat op een transparante wijze kan gebeuren, lijkt bepalend voor het succes van de skills-gerichte beweging, zoals de overheid die voor ogen heeft. Het skills-paspoort wordt ook voor HR  een belangrijk instrument, als het aan de overheid ligt: de scholings- en competentieloopbaan van een werknemer moet daarin eenduidig en overdraagbaar gedocumenteerd worden.

Ik ben persoonlijk pessimistischer dan Pelgrim over de haalbaarheid en bruikbaarheid van een allesomvattend systeem van persoonsbeschrijving voor individuele studenten en werknemers

Pelgrim presenteert een reeks van beoordelingsinstrumenten en manieren van vastleggen van skills, variërend van persoonlijke gesprekken tot uiteindelijk certificaten en diploma’s. In de discussie rond het skills-paspoort gaat het vooral om het betrouwbaar vastleggen van aangetoonde skills. Een interessante vorm van beoordelen die Pelgrim opvoert zijn EPA’s (entrustable professional activities): vertrouwt de expert (de praktijkopleider en/of de docent) de student het toe om de betreffende handelingen in de toekomst autonoom uit te voeren. Als we skills opvatten als dergelijke complete handelingsstructuren, dan zijn we wél gericht op sferen van werk dan op afzonderlijke taken en technieken. In de gesprekken met de personae die Pelgrim door het hele boek heen hanteert om de praktische waarde van zijn betoog aan te tonen, schemert deze discussie af en toe door. In het hoofdstuk over skillstaal werkt Pelgrim dat verder uit aan de hand van internationale voorbeelden van competentieprofielen. Maar dat was ook zonder de term skills een relevant hoofdstuk geweest.

De skillsbenadering culmineert in de EUDI-wallet: een overzichtsapp waarin je identiteitsgegevens kunt opslaan en je verworven skills, persoonlijke drijfveren en loopbaanperceptie kunt vastleggen. Ofwel, het skills-paspoort als groeidocument dat studenten en werknemers zal ondersteunen bij hun ontwikkeling; hier presenteert Pelgrim zich als een technologisch optimist. Ik ben daar persoonlijk pessimistischer over, zowel als het gaat om de haalbaarheid en bruikbaarheid voor individuele studenten en werknemers, als om de wenselijkheid van een allesomvattend systeem van persoonsbeschrijving. In elk geval staat het systeem nu nog in de kinderschoenen.

En dan nu ‘Skillsgericht werken in het bedrijfsleven’?

Hoewel Pelgrim zijn boek richt op docenten in het beroepsonderwijs, biedt het ook voor HR-professionals een nuttig kijkje in de keuken van overheid en sociale partners rondom scholing en opleiding voor een beweeglijke arbeidsmarkt. Initieel beroepsonderwijs, leven lang ontwikkelen en bedrijfsgerichte scholing houden zich allen met scholing en training van de beroepsbevolking bezig. Waar het onderwijs af en toe wat meer bedrijfsgericht denken nodig heeft, kunnen HR-officers en teamleiders wel een scheutje pedagogisch denken gebruiken. Veel van de discussies en technieken rondom skills, die Pelgrim behandelt, zijn ook in een werkcontext relevant. Personae uit de praktijkcontext ontbreken echter in het boek, evenals het omdenken van de reflectietools voor de werkvloer. Dit had de inhoud toegankelijk kunnen maken voor een veel breder publiek.

Een sociaal-pedagogische kritiek op de skillsbenadering is ook in de context van arbeidsmarkt en bedrijf relevant. Hoewel de skills-benadering vooral focust op het niveau van taken en technieken, laten de gesprekken met de personae en de uitnodiging tot reflectie over de eigen werkpraktijk indirect zien dat het niveau van sferen van werk van groot belang is: de onderwijstechnologie is ‘slechts’ een voertuig om de publieke waarde die docenten geacht worden te leveren, goed beroepsonderwijs, aan de orde te stellen. Diezelfde technologie (het skills-paspoort en de EUDI-wallet) wordt ook als technologie aangeboden in het kader van bedrijfsscholing en leven lang ontwikkelen. Reflectietool 7 (welke onderwijsfilosofie hanteert u?) kan ook als oefening voor HR-beleid worden ingezet (hoe kijkt u aan tegen vakvaardigheid van uw werknemers?). De visie op skills als wegwerpartikel versus upgrading blijft relevant gedurende de gehele beroepsloopbaan.

Het boek geeft een goede aanleiding om de eigen visie op een leven lang leren te (her)overwegen.

Door het stellen van dit type vragen, positioneert Pelgrim zijn boek als een pleidooi voor een brede opvatting over skills en expertise, waarin vakkennis, vaardigheden (skills?) én beroepsethiek zijn verweven. Alle studenten in het beroepsonderwijs, van niveau 2 tot 7, verdienen zo’n complete voorbereiding op hun ‘rijbewijs’ voor de arbeidsmarkt, zodat zij zich als werknemers vanuit een brede beroepsidentiteit kunnen doorontwikkelen richting vakvolwassenheid en gezonde adaptiviteit.

Voer voor ontwikkelen eigen visie op LLO

Het boek van Wim Pelgrim is een interessante reisgids voor docenten én HR-officers voor de zoektocht naar rijke leeromgevingen in een beweeglijke, onzekere arbeidsmarkt. Het politieke landschap wordt geschetst, historisch en actueel, de verschillende etappes van de route worden praktisch beschreven,  en wetende waar in de sociaal-politieke context het boek zich positioneert, biedt het boek de reiziger voldoende ruimte om eigen keuzes te maken en te overwegen. Dat laatste is wat mij betreft essentieel: geen ‘handboek soldaat’ maar een goede aanleiding om de eigen visie op een leven lang leren te (her)overwegen.

Bibliografie

Titel: Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs
Auteur: Wim Pelgrim
Uitgeverij: Boom, 2025
ISBN: 9789024468713

Referenties

Dewey, J. (2009) Democracy and education. An introduction into the philosophy of education. Grin-Verlag (heruitgave; oorspronkelijke uitgave: 1916).

Nieuwenhuis, L.F.M. (2013) Werken aan goed beroepsonderwijs. Intrederede bij het aanvaarden van het lectoraat ‘Beroepspedagogiek’ aan de hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Nijmegen: HAN

Nieuwenhuis, L. & Kuijer-Siebelink, W. (2022). Beroepspedagogiek als maatschappelijke opdracht. In: Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 40 (3/4), pp. 69–83.

Nijhof, W.J., Heikkinen, A. & Nieuwenhuis, L.F.M.  (eds., 2002) Shaping flexibility in Vocational Education and Training. Institutional, curriculum and professional conditions for flexible VET systems. Dordrecht: Kluwer Academic Press.

Payne, J. (2017). The changing meaning of skill; still contested, still important. In: Warhurst a.o. (eds.). The Oxford handbook of skills and training. Oxford University Press, pp. 54-71.

Wheelahan, L. (2017). Rethinking skills development. Moving beyond competency-based training. In: Warhurst a.o. (eds.). The Oxford handbook of skills and training. Oxford University Press, pp. 636-651.

Deze recensie werd gepubliceerd op https://tijdschriftvoorhrm.nl/skillsgericht-werken-in-het-beroepsonderwijs-een-recensie/

Pieter Koolwijk, Limbusland

Kaft van Limbusland, tekening van een jongen en pinguïn lopend over een loopbrug bovenaan, eronder een kleurrijk fantasierijk landschap.

Limbusland was een cadeauboek dat je voor € 2,99 kon aanschaffen. Maar het boek is wel een volwaardige Pieter Koolwijk. Voor een wat oudere lezer is het boek niet heel erg goed, maar voor de jongere lezer een spannend boek.

Pieter Koolwijk laat in dit boek op een mooie, beeldende manier zien hoe een coma verloopt. Zijn aanpak lijkt op wat er in Inside Out gebeurt: abstracte werking van de hersenen omzetten in een complete wereld met personages.

Maar waar de meeste lezers razend enthousiast zijn, ligt alles wat mij betreft er te dik bovenop. Koolwijk kan beter, kan het meer uitwerken, maar ik zal niet klagen over de prijs-kwaliteitverhouding bij dit boek.

Beoordeling: 3 sterren

Roeland van Laer, De talentenjungle

Kaft van De talentenjungle: een reeks lijnen die kubistische vormen maken in groen, blauw en beige vormen de achtergrond. Eroverheen in wit de titel.

In De talentenjungle bespreekt Roeland van Laer een aantal belangrijke thema’s in de huidige arbeidsmarkt. Menig HR-medewerker kan of moet hier zeker mee aan de slag. Maar de uitvoering van het boek is zo slecht, dat je beter een ander boek over deze thema’s kan zoeken.

Laten we beginnen met de veel te drukke vormgeving: de drukke strepen op de voorkant zijn een voorbode voor de binnenkant: streepjes overal! Maar dan de inhoud van De talentenjungle, die is niet heel concreet en pakkend.

Voorbeelden uit De talentenjungle

Een paar voorbeelden: de auteur herhaalt zichzelf regelmatig, met name op blz. 66 en 67 zie je dat. “Een belangrijk onderdeel van het duurzaamheidsbeleid is het HRM-beleid” en twee alinea’s verder “Het HRM-beleid kan een belangrijke rol spelen in het bevorderen van duurzaamheid en het versnellen van de energietransitie.”

Ook bladzijde 71 biedt een vage alinea: “Een van de doelstellingen van een duurzaam bedrijfsmodel is het beperken van de negatieve impact van de bedrijfsactiviteiten op het milieu [duh!]. Dit kan worden bereikt door efficiënt beheer van hulpbronnen en energie. Het internet of things (IoT) biedt hiervoor veel mogelijkheden, zoals het introduceren van intelligente gebouwen en slimme steden, die kunnen bijdragen aan het verminderen van energieverbruik en de CO2-uitstoot.” Maar wat moet ik nu doen? Hoe bouw ik een slimme stad?

En wat moet ik hiermee: “Daarnaast kunnen innovaties zoals eHealth en domotica, bijdragen aan efficiëntere zorg voor ouderen (blz. 85).” Ben ik een zorgboek aan het lezen? Ben ik een zorgondernemer? Wat is domotica? Moet ik die nu aanschaffen? Zijn die te koop bij Bol?

Bovendien volgt een gedeelte (blz. 99) waarin veel aannames worden gedaan over verschillende generaties. AWVN heeft al jaren geleden aandacht aan dit thema besteed: er is weinig bewijs voor. Ook heeft hoofdstuk 7 geen samenvatting (in tegenstelling tot de andere), wat een slordige indruk maakt.

Je merkt het al: ik ben niet enthousiast. Alleen heel grote bedrijven met een flinke HR-afdeling gaan iets kunnen met dit boek, niet de meeste MKB’ers. Bovendien staat het boek vol holle managementtaal, dus als je daar tegen kunt, zou je het kunnen proberen.

Beoordeling: 2 sterren

Enno Masurel, MKB

Kaft van MKB: een foto van de Markthal in Rotterdam met een lichtblauwe zomerse lucht en verschillende marktkramen ervoor.

Met MKB – de ondernemingen en de ondernemers haal je een leuk en compact boek in huis met de basics rondom dit thema. Echt een boek waar een startende student of startende ondernemer zijn of haar voordeel mee kan doen.

Wel gebruikt Masurel direct het nodige jargon en dat vereist wel wat heen en weer bladeren soms. Ook niet gek overigens voor een universiteitshoogleraar. Een tweede kritiekpunt gaat over het thema duurzaamheid. Hoe belangrijk ook, het voelt als een wat willekeurige thema dat in dit boekje is getrokken, zonder dat het er een wezenlijk onderdeel van uit zou hoeven maken.

Maar met de heldere voorbeeldcasussen en antwoorden daarbij, kun je snel de theorie inzichtelijk en praktisch maken voor jezelf. Al met al een prima boekje voor wie wil kennismaken met dit thema.

Beoordeling: 4 sterren

Jonas Jonasson, De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje

Kaft van De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje: witte kaft met in verschillende kleuren letters de titel en een zwart-wittekening van een vallend meisje met een bom

De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje is het tweede boek van Jonas Jonasson dat ik lees. Het staat al heel lang (10 jaar ontdekte ik…) op mijn lijstje om een keer te lezen. Ik was namelijk zeer enthousiast over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween en de verfilming van dat boek. En dit boek was het wachten waard.

Jonasson schrijft opnieuw een boek dat van bizarre toevalligheden aan elkaar hangt, maar zo goed geconstrueerd dat alles klopt. Hoe krijg je een atoombom die niet bestaat in Zweden? Samen met een meisje dat rioleringsmedewerker is in Zuid-Afrika? En een Chinese toppoliticus? Toch is De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje ook goed te volgen, ondanks alle kronkelpaden waar je langs gevoerd wordt.

Ook de stijl van Jonasson is heel prettig. Het lijkt alsof er een enthousiaste verteller naast je aan tafel zit en het verhaal uit de doeken doet. Maar dan op papier, en dat vind ik razend knap. Veel schrijvers hebben toch de neiging om wat formeler, wat schrijftaliger, wat moeilijker te gaan schrijven. Hij heeft met die stijl een schare fans verzameld die alles van hem lezen en ik wil daar de komende jaren bij gaan horen.

Is er dan helemaal niets mis met dit boek: het lijkt een beetje Jonasson in overdrive. Ik herinner me de 100-jarige man als een boek dat qua plottwists net iets rustiger en logischer waar je als lezer net wat makkelijker accepteerde dat het ook echt zou kunnen. Maar als je de humor in dit boek ziet en het absurdistische accepteert, zul je zeker kunnen genieten van dit mooie boek.

Beoordeling: 5 sterren

Marcel van Driel, 24 uur

Kaft van 24 uur: een silhouet van een rennende figuur vervagd voor een aantal tl-bakken in een blauwige omgeving.

24 uur is spannend bedoeld, maar voor de volwassen of wat ervarener lezer niet echt spannend. Het is een thrillerachtig boek waarin iemand 24 uur uit handen van een tegenstander moet blijven. Het doet me denken aan een film als Hard Target of tv-programma’s als Hunted. 

Net zoals de jonge jury was mijn dochter enthousiast over dit spannende boek, maar ik zag vooral een berg clichés, cliffhangers die in menig tv-programma of menige film voorbijkomen en heel arm taalgebruik. 

Waarom geef ik dit boek dan toch drie sterren: omdat het voor de doelgroep een prima kennismaking is met dit genre.

Beoordeling: 3 sterren

Jaap Robben, Schemerleven – beste van 2026

Kaft van Schemerleven: een zwarte achtergrond met een fragiele witte, half-transparante bloesem.

Ik heb voor Schemerleven al diverse boeken van Jaap Robben gelezen. Elk boek wordt een beetje beter. Birk was eenzaam, maar meeleven was wat lastig, Zomervacht was mooi, maar ook met een thema dat dieper raakt en dit boek is het beste dat ik in 2026 heb gelezen.

Het mooie is dat de diverse tijd- en verhaalijnen samenkomen op een manier die niet gehaast of kunstmatig overkomt. Bovendien voel je als lezer enorm mee met de hoofdpersonages. Dat is knap want, ik ben zelf geen vrouw uit de jaren ’60 die mijn kind moest afstaan.

En voor mij persoonlijk is de setting in Nijmegen erg leuk: ik herken plaatsen, straten en gebouwen die genoemd worden. Maar het verhaal overstijgt dergelijke triviale zaken. Schemerleven heeft alles: een heel erg mooie stijl, een goed geconstrueerd verhaal, personages en inhoud die aanspreken en een thema waar je nog tijden over kunt nadenken. Een absolute aanrader!

Beoordeling: 5 sterren

Lida Dijkstra, De wonderverteller

Kaft van De Wonderverteller: afbeelding in een druktechniek waarop een kameel met bereider in een woestijnlandschap is afgebeeld.

De wonderverteller is een prachtige jeugdboek. Niet alleen leerzaam, maar ook prachtig vormgegeven! Bovendien heeft Noor een workshop van Djenné Fila over de druktechniek gehad die ze hier gebruikt, dus dat maakt het extra bijzonder.

Het boek bevat een Thea-Beckmanachtig verhaal met een jonge sterke vrouwelijke hoofdpersoon in de zijlijn van de geschiedenis. Via haar ogen ontmoeten we Marco Polo die zijn hele levensverhaal op een begrijpelijke wijze uit de doeken doet. Daarmee wordt niet alleen een spannende geschiedenis verteld, maar deze is volgestopt met feitjes. Zo leren we meerdere exotische dieren kennen en aan het einde van het boek vinden we van deze feitjes ook nog een handig overzicht.

En dan de afbeeldingen: wonderschoon! Kijk maar naar die kaft. Dit boek wil je alleen al daarom in je kast hebben staan.

Beoordeling: 5 sterren

Pim Lammers, Ik denk dat ik ontvoerd ben

Kaft van Ik denk dat ik ontvoerd ben: tekening in blauw en roze: een jongen leest in een stoel een boek en daaruit komt een zee met allerlei zeedieren.

Ik denk dat ik ontvoerd ben hoorde ik de De grote vriendelijke podcast voorbij komen, waar ik ook andere leerde kennen. Bovendien was ik na alle nieuws over Pim Lammers benieuwd geworden naar zijn werk.

Met deze bundel gedichten stelt Lammers niet teleur. Hij doet me denken aan de bundel Stappe stappe step met tekeningen van The Tjong King die ik vroeger thuis had. Lammers ziet de wereld zoals Michael McIntyre die als standup comedian ziet: het kleine, het alledaagse, maar daarin dan het bijzondere, het mooie, het andere dat wij niet zien.

Qua stijl deed Lammers me direct denken aan een gedicht als Marc groet ’s morgens de dingen van Paul van Ostaijen. De gedichten zijn groots in hun eenvoud, prachtig geschreven en raken. Bovendien schuren ze de lastige thema’s niet. Een aanrader!

Beoordeling: 5 sterren