Onbewuste sturing door diploma’s

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Onlangs beluisterde ik de radiodocumentaire Ik hoor geen kleur. In deze documentaire onderzoeken organisatiepsycholoog Lara Godschalk en cultureel antropoloog Evan van Ooijen hoe het komt dat de Nederlandse jazzwereld vooral bestaat uit witte mannen, terwijl het genre diepe wortels in de Afro-Amerikaanse geschiedenis heeft. Een van de conclusies: diploma’s!

Noem het beroepsdeformatie, maar mij viel direct het onderscheid tussen een diploma’s en skills op in hun verhaal. Want wat was een van de conclusies? De wijze waarop jazzorkesten mensen aannemen, bepaalt wie er solliciteren en worden aangenomen. Die orkesten vragen namelijk om een diploma van een conservatorium, want daar worden muzikanten opgeleid, toch?

Wie komen er terecht op een conservatorium? Vaak jongeren met een hogere sociaal-economische status uit witte gezinnen die muziekles kregen vanaf hun jeugd. Voor muziekles moet namelijk geld zijn. De ouders moeten ook het belang van muziekles zien en daar tijd en aandacht in willen investeren. Om een instrument zo goed te leren bespelen dat je wordt toegelaten tot een conservatorium, moet ten slotte een vorm van doorzettingsvermogen aanwezig zijn bij zowel het kind als de ouders: je moet blijven oefenen.

In niet-witte gemeenschappen zonder hoge sociaal-economische status leer je muziek niet spelen via een muziekschool of conservatorium. Dat gebeurt in de gemeenschap, van een familielid, in een vriendengroep, op een informele manier. Die jongeren gaan dus ook niet naar een conservatorium, maar kunnen soms wel briljant spelen. Diploma’s als eis wordt hier dus een factor die geen onderscheid maakt tussen iemand die iets kan of niet kan; het wordt een instrument dat onderscheid maakt tussen de juiste of niet-juiste route om skills te leren.

Geen ALT-tekst opgegeven voor deze afbeeldingWe moeten, zoals in de de afbeelding, wat ondergronds gegroeid is, bovengronds zichtbaar maken. Dan kan het zomaar zijn dat jouw bachelordiploma wordt overschaduwd door iemand met meer of sterkere skills zonder diploma’s. Zoals ik in een eerdere column schreef: denk jezelf in hoeverre jij bereid bent macht en status op te geven om de arbeidsmarkt en het onderwijs voor iedereen beter te maken. Wil die witte man ruimte maken in het orkest voor een briljante muzikant zonder bachelor?

Het gaat om sturing via skills, niet door diploma's. Twee wortels: één met een grote knol en weinig groen met de tekst "Having skills" en één met veel groen en weinig knol met de tekst "Having a degree".

Skillsgericht werken, gebruik maken van een Skillspaspoort maakt het mogelijk om dit soort  (onbewuste) vormen van onderscheid, de structuren die ongelijkheid versterken op te ruimen. Dat moeten we dan wel bewust doen! Het opnieuw introduceren van dit soort effecten is heel eenvoudig en dan helpt een Skillspaspoort ons niet vooruit.

Je kunt de documentaire Ik hoor geen kleur zelf luisteren in je podcastapp of via https://www.npodoc.nl/docs/2024/200-ik-hoor-geen-kleur.html. De afbeelding is afkomstig uit een LinkedIn-bijdrage van Bert Mollema, maar hij komt op honderden plekken online terug.

Weg met diploma’s: skills!

Afbeelding ter illustratie: drie mensen met een bouwhelm en geel hesje overleggen. Daarnaast de tekst: 2023: European Year of Skills.

2023 is het Europese ‘Year of skills’. Op de arbeidsmarkt, bij mbo’s en het hoger onderwijs gaat het hier al langer over. Op middelbare scholen niet, want wij zitten vast aan het archaïsche diploma. Willen we mensen echt beoordelen op wat ze kunnen, schaf dan het middelbareschooldiploma af!

Mensen worden met de huidige diploma’s teruggebracht tot zes smaken. Terwijl onder dat diploma een wereld aan verschillen schuilgaat. En we rekenen scholen er ook nog eens op af: slagingspercentages (hoeveelheid diploma’s), verschil in eindcijfers (‘niveau’ van het diploma), aantal zittenblijvers in onderbouw en bovenbouw (snelheid richting diploma) en schoolniveau in klas 3 ten opzichte van basisschooladvies (afwijking van route naar diploma).

Met een skillsgerichte aanpak kunnen scholen hun toegevoegde waarde beter laten zien. Nu wordt succes van scholen grotendeels bepaald door het startniveau van leerlingen: kunnen ze al veel bij binnenkomst, dan is goed scoren makkelijker. Meer ‘lastige gevallen’ maakt het moeilijker om een ‘goede’ school te worden. Focus op toegevoegde waarde maakt kwaliteit beoordelen eerlijker, laat andere scholen daar sneller van leren en helpt het onderwijs in Nederland sneller verbeteren.

Daarnaast wordt gesprek over het curriculum eenvoudiger. Met concrete skills kun je aan scholen duidelijker maken wat je als overheid vindt dat leerlingen moeten weten en kunnen. Op dit moment zijn het vooral de drie grote uitgeverijen die bepalen hoe we de doelen uit de examenprogramma’s moeten interpreteren. Zij maken er concrete leerdoelen en opdrachten van. Hoe helderder je de skills uitdrukt, hoe concreter het gesprek over wat je wil zien en hoe scherper de lijn tussen 70% verplicht curriculum en 30% eigen ruimte te trekken valt.

En het versterkt de gelijkwaardigheid tussen praktische en theoretische vaardigheden. Nu is een diploma een bewijs van sociale klasse. Omdat gymnasium op het hockeyveld beter bekt dan vmbo-kader. Maar welke vaardigheden zijn van waarde? Een gedicht van J.C. Bloem kunnen analyseren? Of een zonnepaneel kunnen aansluiten? Theoretisch kunnen uitleggen hoe aandeelhouderswaarde ontstaat? Of een succesvolle bakkerij kunnen opzetten?

Laten we ons dus richten op de waarde van onderwijs: dingen weten die je nog niet wist, dingen kunnen die je nog niet kon, vaardig zijn in zaken waar je angstvallig aan begon. Weg met het diploma: richt je op skills!

Wim Pelgrim
Docent Nederlands en directeur stichting BlockChange.EU