Onbewuste sturing door diploma’s

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Onlangs beluisterde ik de radiodocumentaire Ik hoor geen kleur. In deze documentaire onderzoeken organisatiepsycholoog Lara Godschalk en cultureel antropoloog Evan van Ooijen hoe het komt dat de Nederlandse jazzwereld vooral bestaat uit witte mannen, terwijl het genre diepe wortels in de Afro-Amerikaanse geschiedenis heeft. Een van de conclusies: diploma’s!

Noem het beroepsdeformatie, maar mij viel direct het onderscheid tussen een diploma’s en skills op in hun verhaal. Want wat was een van de conclusies? De wijze waarop jazzorkesten mensen aannemen, bepaalt wie er solliciteren en worden aangenomen. Die orkesten vragen namelijk om een diploma van een conservatorium, want daar worden muzikanten opgeleid, toch?

Wie komen er terecht op een conservatorium? Vaak jongeren met een hogere sociaal-economische status uit witte gezinnen die muziekles kregen vanaf hun jeugd. Voor muziekles moet namelijk geld zijn. De ouders moeten ook het belang van muziekles zien en daar tijd en aandacht in willen investeren. Om een instrument zo goed te leren bespelen dat je wordt toegelaten tot een conservatorium, moet ten slotte een vorm van doorzettingsvermogen aanwezig zijn bij zowel het kind als de ouders: je moet blijven oefenen.

In niet-witte gemeenschappen zonder hoge sociaal-economische status leer je muziek niet spelen via een muziekschool of conservatorium. Dat gebeurt in de gemeenschap, van een familielid, in een vriendengroep, op een informele manier. Die jongeren gaan dus ook niet naar een conservatorium, maar kunnen soms wel briljant spelen. Diploma’s als eis wordt hier dus een factor die geen onderscheid maakt tussen iemand die iets kan of niet kan; het wordt een instrument dat onderscheid maakt tussen de juiste of niet-juiste route om skills te leren.

Geen ALT-tekst opgegeven voor deze afbeeldingWe moeten, zoals in de de afbeelding, wat ondergronds gegroeid is, bovengronds zichtbaar maken. Dan kan het zomaar zijn dat jouw bachelordiploma wordt overschaduwd door iemand met meer of sterkere skills zonder diploma’s. Zoals ik in een eerdere column schreef: denk jezelf in hoeverre jij bereid bent macht en status op te geven om de arbeidsmarkt en het onderwijs voor iedereen beter te maken. Wil die witte man ruimte maken in het orkest voor een briljante muzikant zonder bachelor?

Het gaat om sturing via skills, niet door diploma's. Twee wortels: één met een grote knol en weinig groen met de tekst "Having skills" en één met veel groen en weinig knol met de tekst "Having a degree".

Skillsgericht werken, gebruik maken van een Skillspaspoort maakt het mogelijk om dit soort  (onbewuste) vormen van onderscheid, de structuren die ongelijkheid versterken op te ruimen. Dat moeten we dan wel bewust doen! Het opnieuw introduceren van dit soort effecten is heel eenvoudig en dan helpt een Skillspaspoort ons niet vooruit.

Je kunt de documentaire Ik hoor geen kleur zelf luisteren in je podcastapp of via https://www.npodoc.nl/docs/2024/200-ik-hoor-geen-kleur.html. De afbeelding is afkomstig uit een LinkedIn-bijdrage van Bert Mollema, maar hij komt op honderden plekken online terug.

Eén vinger

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth
Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

In april schreef ik een column naar aanleiding van mijn zoektocht op diverse websites naar skills boven diploma’s in vacatures. Dat leverde nogal wat reacties op. Mijn oproep toen was, “laat HR-mensen de handschoen oppakken. Laat weten welke skills je zoekt”. Die mensen zijn er al, zo blijkt. Dat wist ik natuurlijk al, maar ze zijn ook heel vocaal gelukkig en mailen hun goede ideeën. Al is dat meer een vinger dan een handschoen.

Zo  kreeg ik al snel een reactie van Claudia Klarenbeek die liet weten hoe Volandis al met skills bezig is. Ze wees me op de handleiding functieomschrijvingen waarin het Digitaal Skillspaspoort is opgenomen. Het gaat daarbij ook om het schrijven van vacatures vanuit skills, waar de technieksector keihard mee aan het werk is. Dat is dus die handschoen waar ik het in april over had.

Daarnaast zijn er diverse mensen van verschillende matchings- en skillsplatforms die mij hebben laten zien wat ze kunnen. Zo sprak ik met Frank Brand van Jobsurfing, een platform waar meer dan 13.000 bedrijven matches maken tussen hun leerbedrijf en studenten. Die matches worden gemaakt op basis van een skillsprofiel.

Ook met Nicolas Pastor van Livrea sprak ik uitgebreid. Dit platform richt zich met name op soft skills voor bedrijven. Vanuit die skills kunnen bedrijven hun mensen helpen zich te ontwikkelen of de juiste teams samenstellen.

Maar dit is het topje van de ijsberg. In het rapport Samen op weg naar een integraal skillspaspoort uit 2023 wordt een breed overzicht gegeven van de verschillende skillsontwikkelingen. Er gebeurt meer dan de grote uitzenders en vacaturebanken doen vermoeden, maar een echte brede verandering is nog niet zichtbaar. We zullen moeten werken aan skills op elke plek als basis voor opleiden, aannemen, ontwikkelen en groeien.

De handschoen is dus aan één vinger opgepakt, maar wat mist is die andere vier.

De puzzel van hybride werken en skills

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth
Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

De komende columns ga ik naar de HR-kant van het skillsgericht werken kijken, want daar ligt een heel belangrijke sleutel voor succes. Met de veranderingen op de arbeidsmarkt waar het gaat om hybride werken of thuiswerken liggen er twee uitdagingen voor werkgevers. Kun je mensen binden met skills (puzzel 1) en met hybride werken (puzzel 2)?

De verwachting was dat de coronaperiode zou leiden tot veel meer en blijvend thuiswerken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed in 2021 onderzoek naar thuiswerken en schreef: “De kennis en ervaringen die zijn opgedaan met thuiswerken maken het noodzakelijk om afspraken te maken tussen overheid, werknemers en werkgevers en andere partijen over de balans tussen betaald werk en het privéleven van mensen. Als het aan de werknemers zelf ligt, wordt de combinatie van thuis en op locatie werken gebruikelijker dan voorheen.”

Inmiddels verschijnen er berichten dat de push om terug te gaan naar kantoor groter wordt. Het aantal mensen dat grotendeels thuiswerkt daalt, soms thuis werken (bijvoorbeeld twee dagen thuis) nam wel toe. De vraag om op kantoor te komen werken, komt vooral vanuit werkgevers. “40% van de werkende Nederlanders wordt op kantoor verwacht en 38 procent voelt zich minder gewaardeerd, als ze gebruikmaken van de mogelijkheid om op andere tijden of locaties te werken.” Bij grote bedrijven lijkt de verwachting dat het kantoor weer de centrale werkplek wordt nog sterker: “Meer dan acht op de tien CEO’s van grote bedrijven wereldwijd verwachten dat hun medewerkers binnen drie jaar volledig terugkeren naar kantoor.”

Maar werken op kantoor vraagt heel andere skills dan thuiswerken. Waar CEO’s verwachten dat mensen naar kantoor terugkomen, willen werknemers vaak iets anders. Er wordt flink gezocht op hybride functies en dergelijke vacatures krijgen 5,8 keer zoveel sollicitaties dan kantoorfuncties. Zet je dan maar hybride in een functie om mensen te kunnen werven? Je werft dan misschien niet de mensen met de juiste skills.

Heb je jezelf wel de juiste vragen gesteld als werkgever? Zet je het erbij, omdat het hip is? Of heb je doordacht beleid? Welke skills zoek je in hybride werknemers? En welke in meer kantoorgerichte mensen? Heb je voldoende vertrouwen in je medewerkers om hybride te kunnen werken? Ben je meer outputgericht? Welke skills passen daar bij? Of is een informele innovatieve cultuur die aanwezigheid vereist? Zijn onderlinge relaties in je bedrijf essentieel voor jullie? Hoe zorg je voor een eerlijke beoordeling van hybride medewerkers? Hoe bouw je een eerlijk loongebouw? Hoe zorg je voor skillsontwikkeling op afstand?

Hybride klinkt heel leuk, maar als je ondertussen ook mensen wilt binden en boeien, ze wilt leren kennen, hun skills wilt weten en die verder wil ontwikkelen, dan heb je een flinke puzzel op tafel liggen. Ga die puzzel eens leggen, doordacht, vanuit de skills die je in huis hebt en de skills die je zoekt. Gebruik je skillsbril om ook dit HR-thema eens fris te bekijken.

Maak eens een skillsgerichte vacature

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

De komende columns ga ik graag eens naar de HR-kant van het skillsgericht werken kijken. Want daar ligt een heel belangrijke sleutel voor succes: kun je vacatures en baanomschrijvingen zo opstellen dat het draait om skills? Het kan wel, het gebeurt alleen nog niet.

Ik ben eens heel kleinschalig zelf gaan onderzoeken hoe het nu gaat. Waar beter te beginnen dan bij de overheid. Die zou het voorbeeld kunnen geven, dus ik ga naar www.werkenvoornederland.nl. Zoekvak centraal in beeld, met twee selectieopties: vakgebied (beetje skillsgericht) en werk-/denkniveau (diplomadenken!). Je wordt dus direct in de mail van het diploma gedwongen. Terwijl als ik mijn gegevens invoer er twaalf vacatures uitrollen die in de verste verte niet aansluiten bij mijn profiel. Medewerker integratie? Manager team onderwijs bij het CBS? Arbeid- en organisatiedeskundige? Allemaal banen die ik helemaal niet kan. Deze selectiecriteria werken dus niet.

Dan het onderwijs: binnen mijn eigen vakgebied kan ik vast wel verder komen, toch? www.werkenbijhogescholen.nl laat je eerst kiezen voor een functietype (onderzoek/management/ondersteunend/onderwijsgevend) en op stad. Dat lijkt een helder selectiecriterium, maar ik ga met mijn achtergrond toch echt nooit als docent biologie aan de slag kunnen. Misschien had ik daarvoor niet op mijn 14e biologie uit mijn pakket moeten laten vallen.

Defensie dan? www.werkenbijdefensie.nl laat mij eerst uit het type vacature kiezen: militair, niet-militair, maar ook VeVa (ik mis voorkennis) en het Dienjaar (iets meer toelichting voor de puber zou fijn zijn). Ik ga maar voor niet-militair en dan heb ik 235 vacatures. Die kan ik filteren en filter één is: opleidingsniveau, dus ook hier diplomadenken voorop.

Grote uitzenders dan? Randstad biedt naast vakgebied en dienstverband weer opleidingsniveau als keuze. USG: opleidingsniveau. Timing: opleidingsniveau. Manpower: opleidingsniveau. Adecco: opleidingsniveau.

Laat HR-mensen de handschoen oppakken. Laat weten welke skills je zoekt. Ook al heb ik geen mbo-diploma of hbo-bachelor; als ik de skills heb, kan ik reageren. En het gebeurt: een kleine zoekopdracht levert al een paar namen op van bedrijven die op basis van skills matchen en in het netwerk van de Skillsambassade zitten er ook genoeg. Ik probeerde o.a. de app Swipe4work (ik heb geen aandelen) vraagt al vrij snel “waar ben jij goed in?” Maar het zijn kleine stapjes. Wil je echt wat veranderen, dan zul je het anders moeten gaan aanpakken. Voor je het weet lopen al die mensen met de juiste skills namelijk aan jou voorbij!

Gen Z wil het anders!

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Ga je een column echt beginnen met een reeks disclaimers, Wim? Daar haken mensen toch direct op af? Vast, maar een column over generaties op de arbeidsmarkt is gevaarlijk terrein. Je kunt namelijk stevig discussiëren over de vraag hoe nuttig het denken in generaties is en waar je de grenzen trekt. Maar de vraag hoe je de nieuwe generatie medewerkers gaat werven en binden aan je organisatie is voor elke werkgever relevant.

Generatie Z of Gen Z (geboren tussen 1997 en 2012 ongeveer) betreedt nu de arbeidsmarkt. In tijden van personeelstekorten zul je toch moeten kijken wat mensen van tussen de 28 en 13 (gaan) zoeken. Kan jouw bedrijf of organisatie dat bieden?

Door je te richten op skills sluit je goed aan op de wensen van de nieuwste generatie. Zo vragen Gen Z’ers over het algemeen een diverse en inclusieve werkplek. Ondanks berichten over een conservatievere generatie, zijn de meeste jongeren nog steeds progressief en ze verwachten dat ook van hun werkomgeving. Ze zoeken niet alleen een werkplek die divers is in geslacht en ras, maar ook in identiteit en oriëntatie. Het gaat dus om een werkplek waar mensen met allerlei attitudes en houdingen rondlopen; met allerlei verschillende skills dus.

Maar dat moet niet alleen een dode letter zijn, niet alleen een marketingschil, maar ook echt in de organisatie werken. Waar de millennials (1981-1996) vooral gewerkt hebben aan bewustwording (denk aan de icebucketchallenge of movember) vragen de Gen Z’ers aan bedrijven wat met die bewustwording is gedaan. Werkt je inkoopafdeling vanuit die waarden? Hoe gaat de HR-afdeling om met die waarden? Dat vraagt van jou een andere attitude, een andere houding. Denk dan aan skills als authenticiteit, consistentie tussen binnen- en buitenkant en verantwoordelijkheid nemen en tonen.

Digitale vaardigheden en technologie staan ook hoog in het vaandel van Generatie Z. Zij zijn opgegroeid met het bestaan van het internet en kennen een groot deel van hun leven sociale media. Ze verwachten dat werkgevers digitaal werken en ze zullen dus ook niet snel schrikken van online cursussen, digitale microcredentials of AI. Maar krijgen ze bij jou de kans om met dit soort middelen te werken en hun skills op dit gebied te gebruiken?

Verder vraagt Gen Z iets van jouw skills als werkgever, omdat Gen Z’ers een flexibele werkomgeving zoeken. Kan er bij jou hybride worden gewerkt? Is afstandswerk mogelijk? Hoe is de balans werk en privé? Hoeveel aandacht is er voor mentale gezondheid? Welke ondersteuning bied jij hierin? Het is dus de vraag of jij de skills in huis hebt die de nieuwste generatie zoekt in een werkgever.

Maar als jij die skills niet hebt en jouw werkplek ook absoluut niet wil inrichten voor deze nieuwe generatie? Maar wat als jij je niet aanpast, dan passen zij zich vanzelf wel aan jou aan? Nee, deze generatie is vooral ook ondernemend. Jongeren nemen het heft in eigen hand en starten op steeds jongere leeftijd een bedrijf. Er zijn al meer dan 300 jongeren tussen 10 en 14 bij de KVK ingeschreven en tussen 2017 en 2022 groeide het aantal jongeren onder de 21 met een onderneming met 173%! Dus doe jij het niet? Dan doen ze het zelf wel.

Kun jij macht en status opgeven?

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Deze column over macht en status verschijnt ook in de nieuwsbrief van de Skillsambassade.

Als je kijkt naar de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, dan is er altijd een onderscheid geweest tussen verschillende sociaal-economische lagen in onze samenleving. De elite kreeg andere vakken dan ‘het volk’, ze kregen op andere manieren les en met een ander beroepsperspectief en inkomen. De Nederlandse bevolking stond ook eeuwenlang achter die verdeling van mensen in verschillende lagen en onderwijs dat daarop aansloot. Gerrit Vatebender had ruim 200 jaar geleden radicale onderwijsideeën, maar schatte zijn kansen op succes laag in: “Een groote menigte zal zig verzetten tegen de onbillijkheid, om hunne Wel Edel geboorene Heeren Jongens vermengd te zien met kinderen der Burgers en der Bedelaars.”

In ons huidige onderwijssysteem zien we dit ook nog steeds. Middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs lijken iets te zeggen over de mate waarin je academische kennis hebt. De wortels van deze benadering liggen echter in de traditionele verdeling tussen de “grote” burgerij, “kleine” burgerij, zelfstandige boeren en arbeiders. De lijn via vwo naar de universiteit, de lijn via de havo naar het hbo en de lijn via het vmbo naar het mbo worden vaak bepaald door de sociaal-economische status van de ouders.

Skillsgericht denken kan dit soort systemen en patronen doorbreken, maar dat vraagt wat van de huidige grote en kleine burgerij. Want zo lazen we dat opleidingsniveau tot een grotere verdeeldheid in onze samenleving leidt en de mensen met een hoger opleidingsniveau bepalen in grote mate hoe het leven van mensen met een lager opleidingsniveau vorm krijgt. Dat zie je onder andere bij thuiswerken: “Zo werkt 40% van de academici meerdere dagen per week thuis. Onder vmbo’ers is dit 10%”. Ik kan zelf als docent niet vanuit huis werken, maar gemiddeld genomen zijn banen die op locatie móéten, de banen die minder salaris en status opleveren. Die scheve verdeling zegt ons dus iets over de ruimte, kansen en mogelijkheden voor verschillende bevolkingsgroepen.

Wil je skillsgericht werken, dan moet je ten eerste erkennen dat iemands skills, de dingen die hij of zij kan en jij niet, waarde hebben. Misschien wel meer waarde dan wat jij doet. Wat is meer waard: compliance of een huis bouwen; managementprocessen of zorg verlenen in een ziekenhuis; controle van declaraties of een cliënt ondersteunen? Wat heeft waarde? Welke beroepen waren ook alweer essentieel in 2020?

De macht en status van de werkgever zal dus ook kleiner worden: je gaat data afstaan richting een skillspaspoort. De medewerker kan gegevens gaan gebruiken en zich verder ontwikkelen. Het belang van het diploma dat jouw hoger opgeleid maakt wordt kleiner; het belang van wat je kan wordt groter. De medewerker kan eenvoudiger een andere plek zoeken op de arbeidsmarkt, passend bij diens skills. Jij zult harder moeten werken om je medewerkers vast te houden.

Kun jij die verschuiving aan? Bedenk jezelf in hoeverre jij bereid bent macht en status op te geven om de arbeidsmarkt en het onderwijs voor iedereen beter te maken. Als het skillspaspoort wil slagen, zullen we ook bereid moeten zijn de systemische factoren die het paspoort tegenhouden aan te pakken. Ben jij daar klaar voor? Doe jij mee?

Een leven lang ontwikkelen, hoe dan?

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Veel organisaties zijn bezig met het opzetten van beleid rondom een leven lang ontwikkelen.  De belangrijkste erkenning die verscholen zit in het concept Leven Lang Ontwikkelen is dat het leven veranderlijk is. Je kiest niet op je 16e of 17e een carrière voor de rest van je leven. Skills ontwikkelen en die op niveau houden is niet klaar nadat je aan het werk bent gegaan. Dat is nooit het geval geweest en dat zal het ook in de toekomst niet zijn. Het leven is inefficiënt, rommelig, onverwacht; zeker als het om leren en ontwikkelen van skills gaat. Inefficiënty moet dus deel zijn van wat organisaties doen. Margeret Heffernan zegt dat mooi in haar TED Talk in 2019.

Dit is echt een cruciale kwestie geworden, dit vermogen om met het onverwachte om te gaan, want het onverwachte is de norm aan het worden. Daarom aarzelen experts en voorspellers om iets te voorspellen meer dan 400 dagen op voorhand. […] Dat betekent dat er inderdaad patronen zijn maar dat ze zich niet regelmatig herhalen; dat zeer kleine veranderingen een onevenredig grote impact kunnen hebben; en dat expertise niet altijd zal volstaan, omdat het systeem gewoon te snel blijft veranderen.

En dat betekent ook iets heel wezenlijks voor de manier waarop onze samenleving technologie en nieuwe werkwijzen in gaat zetten.

Wat al deze technologieën proberen te doen is een gestandaardiseerd model forceren van een voorspelbare werkelijkheid op een wereld die oneindig verrassend is. Wat wordt geëlimineerd? Alles wat we niet kunnen meten, dus ongeveer alles wat echt de moeite waard is.

Willen we als samenleving zorgen dat mensen zich een leven lang kunnen ontwikkelen, in onderwijs en op het werk, dan zullen jij en ik moeten accepteren dat deze ontwikkeling inefficiënt is. Organisaties zullen dus werkwijzen, systemen en technische oplossingen moeten bedenken die geen gestandaardiseerd model forceren, maar mensen helpen bij het rommelige proces van dat het leven is.

Hoe werkt het?

Fontys Hogeschool heeft een mooie tool ontwikkeld op basis van onderzoek van Thunnissen, Rosendaal & Koop-Spoor waarin alle betrokken partijen worden beschreven. Aan de hand hiervan kan ik mooi laten zien hoe het nu werkt.

Speelveld met actoren in een Leven Lang Ontwikkelen, uitgewerkt door Fontys.

Figuur 1 – Het LLO-model van Fontys

Het belangrijkste dat opvalt in het speelveld is dat er heel veel organisaties zijn die rondom het primaire proces van matchen en uitbreiden van skills zijn opgezet. Daar zit ook de kern van dit ingrediënt: hoe gaan al die partijen met elkaar samenwerken, want op dit moment zijn veel van deze actoren gesloten eenheden. Overstappen maken tussen deze partijen vergt daardoor een flinke inzet van werkgevers, nog meer van werkenden en het meest van werkzoekenden.

Een werkzoekende heeft te maken met werkgevers waar diegene solliciteert, met publiek onderwijs en online leerplatforms voor aanvullend onderwijs, met het leerwerkloket, jobcoaches, loopbaanprofessionals en soms trainings- en consultancybureaus voor het matchen van mensen met mogelijk werk, met de gemeente, UWV, regionaal werkbedrijf en RMT voor financiële ondersteuning in de vorm van een uitkering en alle procedures daaromheen.

Bij al die organisaties moet iemand in een stressvolle en kwetsbare positie allerlei informatie delen, gesprekken voeren, beoordeeld worden in de hoop op hulp, begeleiding, scholing of een baan. Daarbij komt diegene elke keer andere werkwijzen en systemen tegen, gegevens die in een nieuw systeem moeten worden geüpload, zaken die in een andere taal worden uitgedrukt, zaken die telkens anders worden gewaardeerd en soms wel of soms niet worden erkend.

Idealiter staat de werknemer of leerling centraal en wordt het systeem daaromheen vormgegeven. Dat betekent dat organisaties in hun manier van werken een omkering in hun denken moeten maken. Praktisch gezien komt een werknemer, leerling, werkzoekende, student of cliënt bij een organisatie met een behoefte. Deze wil komen werken, leren of hulp bij een bepaalde ontwikkeling. En met een ideaaltypisch Zo ontstaat wat Ballafkih e.a. (2022) beschrijven als ideaaltypisch functioneren van een integraal skillspaspoort:

Een uniform, gevalideerd, betrouwbaar overzicht van wie iemand is (persoonlijkheid, gedrag etc.), wat iemand kan (kennis en vaardigheden), en wat iemand wil (drijfveren, loopbaanperceptie). Waarin zowel opleiding (diploma’s, certificaten en andere vormen van formeel leren) als levens en werk ervaring (informeel en nonformeel leren) is weergegeven en vertaald in skills, en een actueel en volledig inzicht wordt gegeven in het huidige potentieel dat werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen kunnen gebruiken voor in- (werving en selectie), door- (ontwikkeling) en uitstroomprocessen (arbeidsmarktoriëntatie) in het kader van een Leven Lang Ontwikkelen.

Kijk dus altijd verder dan je eigen organisatie om te zien hoe het in jouw context beter kan en sluit niet uit dat jouw organisatie die betere toekomst in de weg staat.

Van wasstraat naar winkelstraat

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Veel organisaties zijn op dit moment ingericht als wasstraten: je moet als mens de organisatie door, waarin het proces centraal staat.  Skillsgericht denken en werken maakt het mogelijk dat model flink te herzien en verbeteren.

Idealiter staan mensen en hun skills centraal en wordt het systeem daaromheen vormgegeven: zoals in een winkelstraat waar mensen contacten met allerlei organisaties hebben die een bijdrage kunnen leveren aan hun leven en zij aan die organisaties. Zij nemen deze ervaringen en groei mee in hun leven dat zich verderop in de straat afspeelt. Organisaties zijn dan niet meer beknellend, maar stimuleren organisaties groei en dat helpt andersom ook weer die organisaties groeien.

Maar dan moet je die winkelstraat wel met elkaar vormgeven: als iedereen zijn eigen toko netjes inricht, maar niemand denkt aan bestrating, straatverlichting en een leuk bankje, is het lastig bewegen.

De wasstraat

Een eerste onderdeel van de wasstraat zijn technische inrichting en procedureafspraken. Veel processen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zijn vastgelegd vanuit een wasstraatperspectief. Voor alle formelere vormen van onderwijs tussen voorschools onderwijs (2,5 jaar) en hoger onderwijs (18+) zijn er al meer dan 42(!) technische standaarden vastgelegd., allemaal vanuit het proces bedacht.

Een tweede onderdeel is de mate waarin er een beheerscultuur of presteercultuur heerst. De uitkomsten die vooraf zijn bedacht of vooraf zijn ingekaderd, bepalen wat er kan, moet of mag gebeuren. Scholen worden geleid door uitstroomcijfers, diplomaresultaten of aantallen studenten en beheersbare financiële prikkels; bedrijven hebben winstresultaten voorop staan (soms ten koste van mensen en de leefomgeving) en welzijsorganisaties zitten zo strak in hun financiële jas of regelgeving van buitenaf, dat zorg beperkt of ingeperkt moet worden.

Maar ook de Why uit Simon Sineks ‘Golden Circle’ maakt organisaties tot wasstraten waarbij het idee ontstaat dat hun bestaan en proces onvermijdelijk is. Daarmee wordt de inzet van financiën, menskracht cultuur en procedures volledig verbonden aan die onvermijdelijke missie van het bedrijf.

Zo zie je in schoolvisies zinnen als “Wij laten kinderen hun talenten ontdekken en ontwikkelen.  Wij bieden kennis en vaardigheden en in het bijzonder de sociale vaardigheden die de kinderen klaarmaken voor de toekomst.” Dat soort missies leidt tot financiële inzet op meer pedagogen, meetinstrumenten en bureaucratie voor die sociale vaardigheden en minder vakinhoudelijke of didactische trainingen bijvoorbeeld.

Ook de missie en strategie van een MKB-onderneming laat dit patroon vaak zien: “De biologische teelt tot een succes maken, door het leveren van uitstekende rassen, hoge kwaliteit zaden en passend teeltadvies.” (De Bolster). Maar als het biologische ten koste gaat van omzet en voortbestaan? En is hoge kwaliteit winstgevendheid of biodiversiteit? Welke skills zijn dan het belangrijkst: innovatiedenken of opbrengstgericht kunnen werken?

Naar Winkelstraat

De winkelstraat kent dezelfde soort onderdelen, maar dan anders vormgegeven: je richt samen de straat in je kerntaak, je toegevoegde waarde doe je in de winkel.

Op het gebied van technische afspraken en procedures moet je eigenlijk met de hele winkelstraat gelijke afspraken maken. Gebruik eIDAS, CompetentNL en andere standaarden zodat je niet voor elk proces dat nagenoeg hetzelfde is een nieuwe standaard moet bedenken. Resultaat: minder afspraken, minder standaarden, minder procedures. Bovendien hoeven leerlingen, ouders, cliënten, sollicitanten, klanten of medewerkers niet meer overal naar toe te rennen om informatie met bewijs van hun skillls aan te vragen, te downloaden, printen, en weer uploaden. De werklast komt bij de organisatie te liggen die deze door standaardisatie efficiënter en eenvoudiger kan organiseren. Uiteindelijk dalen ook de werkgeverslasten, door de vereenvoudiging en herhaling van stappen.

Daarnaast kun je ook je cultuur in de organisatie verbreden. Idealiter draait onderwijs om de relatie tussen leerling en leraar, draait arbeid om de geleverde inspanning voor patiënt, klant of cliënt en draait werk bij een welzijnsorganisatie om de geleverde ondersteuning of zorg voor degene die een steuntje in de rug kan gebruiken. Dat is de bedoeling. En de kernvraag die je moet stellen is welke skills essentieel zijn om de bedoeling waar te maken. De organisatie moet daaromheen worden georganiseerd met een uitgebalanceerde cultuur waarin die skills op een efficiënte, prettige en succesvolle manier het doel ondersteunen. En beheersing wordt minder spannend, want je omgeving is voorspelbaarder.

De uiteindelijke missie van bedrijven wordt ook helderder als je je richt op de kerntaak en de bijbehorende skills. Veel missies bevatten nu veel woorden om de vraag te beantwoorden waarom de organisatie er is. Jezelf telkens opnieuw de vraag stellen of je nodig bent is daarbij een belangrijke: ben ik met mijn skills nodig voor het behalen van het primaire doel? Is onze afdeling nodig voor het primaire proces? Is de manier waarop we dat doen, onze strategie, de beste weg om het primaire doel te bereiken? Is onze organisatie eigenlijk nodig voor het primaire doel waar we aan bijdragen? Dergelijke vragen stelt een goede organisatie zich continu.

Houd dus alle werkwijzen, afspraken en regels in je organisatie eens tegen het licht: hoe wordt skillsgericht werken een wezenlijk deel van je dagelijkse praktijk?

Maak gebruik van de eIDAS-wallet mogelijk, verzamel zo min mogelijk data zelf en geef zo veel mogelijk data mee

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Bedenk eens op hoeveel plekken informatie over jou ligt opgeslagen: werkgever, huisarts, energiebedrijf, waterbedrijf, Bol.com, Albert Heijn, Amazon, nieuwswebsites, tijdschriften, school van je kinderen, Facebook, Instagram, Twitter, Linkedin, Youtube, Google, specifieke websites met inlog, pakketdiensten, cursusaanbieders, bank, hypotheekverstrekker, vacaturebanken, sportverenigingen, hobbyverenigingen, harmonie, fitness, internetaanbieder, pretparken, Netflix, Disney+, Videoland, NLziet, restaurants, DUO, DigID, gemeente en zo kan ik nog wel even doorgaan. Op al die plekken een stukje van jouw gegevens, op al die plekken risico op diefstal, op al die plekken opnieuw alles achterlaten, bijhouden en aanpassen.

Op dit moment is data georganiseerd rondom het proces van een organisatie (werkgever, school, bedrijf of overheidsorganisatie). Het proces staat centraal, daar is data aan gekoppeld en daarna wordt gekeken waar andere data vandaan kunnen komen, waar deze kunnen worden gecontroleerd of waar kan worden aangesloten bij andere processen.

Tekstvak: Figuur 1 - huidige datastructuur (bron: VNG)Vanuit het gemeentelijk perspectief weergegeven ziet dat er ongeveer uit zoals in afbeelding 1. Data van individuen (de gekleurde poppetjes) is opgeslagen in elk proces apart. Bij elk proces in de gemeente (WMO, basisadministratie, afvalstoffenheffing), bij het RDW (kentekenregister) of de KVK (handelsregister) staan gegevens opgeslagen die horen bij het proces dat daar plaatsvindt. Maar om die data te verbinden moeten dus allerlei één-op-éénverbindingen worden aangelegd.

Visualisatie van de wijze waarop data is georganiseerd, bron: VNG.
Bron: VNG

Die kluwen aan verbindingen, al dat kopiëren van data (met risico op fouten), leidt tot wat het datakopieerinfarct wordt genoemd. Veel organisaties zijn zo druk met het overnemen van gegevens van applicatie naar applicatie, dat mensen uit het oog verliezen dat het ook anders kan. Bovendien lopen onze gegevens dus op vele plekken het risico gestolen, gebruikt of misbruikt te worden. Met de toeslagenaffaire hebben we als samenleving gezien dat er bij het verbinden van allerlei databases en daaraan gekoppelde processen zonder dat mensen regie kunnen voeren over hun gegevens, ongewenste dramatische resultaten mogelijk zijn zonder dat iemand ingrijpt.

Gelukkig: eIDAS 2.0 komt eraan!

eIDAS staat voor ‘Electronic Identification and Trust Services’ en de nieuwste versie wordt in 2026 van kracht. Het is een Europese verordening die tot doel heeft digitale grenzen tussen landen uit de Europese Economische Ruimte weg te nemen en de veiligheid van digitale systemen te waarborgen. eIDAS 2.0 maakt het mogelijk om in te loggen bij overheidsorganisaties in landen van de Europese Economische Ruimte met een nationaal elektronisch identificatiemiddel (eID) om zo de digitale identiteit van burgers en bedrijven helder te krijgen. Het zal de ontwikkeling van een digitale wallet mogelijk maken, waarmee burgers en bedrijven hun digitale identiteitsgegevens kunnen beheren en delen met vertrouwde partijen.

Deze verordening levert voor de arbeidsmarkt en het onderwijs een variatie aan mogelijke wallets op. Het zal ook niet zo zijn dat er één wallet gaat komen voor alles. Daarom is het belangrijk dat al die wallets gebaseerd zijn op hetzelfde fundament: eIDAS 2.0. Als je daarop aanhaakt, zijn gegevens uitwisselbaar, eenvoudig te combineren en controleren met volledige regie voor de eigenaar van de data. En dan kom je tot een ecosysteem dat eruit ziet als in figuur 2.

Infographic van KPMG hoe data rondom het individu te organiseren.
Bron: KPMG

Data zou georganiseerd moeten zijn rondom de eigenaar, het individu waarover de data iets zegt. Organisaties kunnen vervolgens gegevens ontvangen, uitlezen of toevoegen aan de set aan data rondom deze eigenaar. Met de eIDAS2.0-wetgeving die in de komende jaren wordt doorgevoerd, ontstaat bovendien een standaard voor de opslag en uitwisseling van deze gegeven. Nu is het aan organisaties. Ga in stap 4 aan de slag met het mogelijk maken van de eIDAS-wallet, verzamel zo min mogelijk data zelf en geef zo veel mogelijk data mee.

Gebruik een breed geaccepteerde skillstaal, maar  verlies niet je eigenheid

Hand schrijft de woorden learning, knowledge, experience, skills ability, competence, training, growth

Wat is een bakker? Hoe definieer je dat? Zijn er niveaus in dat vak? Welk niveau wordt gevraagd? Welk niveau wordt aangeleerd op een opleiding? Welk niveau heeft de kandidaat die solliciteert? En welke skills moet je dan hebben? Zonder gezamenlijke taal, wordt het lastig.

Drie bakkers met drie verschillende maten van kwaliteit. Deze zou je met een skillstaal kunnen uitdrukken.

Wanneer je zaken wil vastleggen in een diploma, certificaat, badge of portfolio is het wel fijn dat de beoordelaar en ontvanger over dezelfde skills praten. In opleidingen worden vaak behoorlijk concrete leerdoelen behandeld. Soms is dat gedetailleerd en precies, zoals bij het bedienen van een apparaat, het uitvoeren van een specifieke handeling of het kennen van een bepaald stuk theorie. Vaker zijn deze breder geformuleerd en vager: je klantvriendelijk opstellen, verbanden kunnen leggen tussen historische bronnen of efficiënt kunnen omgaan met materialen.

Wanneer je dan aan het werk gaat, wordt de duidelijkheid meestal niet groter. Veel vacaturetekst zijn vrij vaag en ook veel werkgevers weten eigenlijk niet precies naar welke vaardigheden ze op zoek zijn. Vage termen als hands-on mentaliteit, prestatiegericht, veelzijdige baan, communicatief sterk, team player, marktconform salaris, flexibele instelling, geen 9-tot-5-mentaliteit helpen de werkgever en de werkzoekende niet verder. Het gevolg: mismatches, veel verlies aan tijd en het inkopen van allerhande instrumenten.

We hebben een skillstaal nodig!

Gelukkig kun je skills ook samen helder proberen te definiëren in een skillstaal, skillsontologie of skillstaxonomie: gestructureerde lijsten met allerlei skills die je nodig hebt om een functie te kunnen uitoefenen. Er is een aantal bekende publieke skillstalen. In Europa wordt gewerkt aan ESCO. Dit is de meertalige classificatie van Europese vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen. In de Verenigde Staten financiert het ministerie van Arbeid de skillstaal O*Net.

In Nederland wordt samengewerkt aan de ontwikkeling van CompetentNL, een landelijke standaard voor het beschrijven van skills. CompetentNL beschrijft deze skills zo precies mogelijk.

Maar je eigenheid als bedrijf dan?

Maar jouw bedrijf heeft toch zijn eigenheid, zijn eigen processen, zijn eigen manier van werken? Een landelijke skillstaal moet toch niet bepalen hoe ik mijn bedrijf inricht? Dat hoeft natuurlijk ook niet. De combinatie van skills in jouw bedrijf kan uniek zijn, maar die losse skills staan doorgaans wel ergens in de skilltaal vermeld. Moeten jouw kappers ook goed zijn in verkoop van producten? Wil jij extra klantvriendelijke installateurs? Moeten jouw bedrijfskundige juristen ook veel kennis over civiele techniek in huis hebben? Dan zijn dat skills die doorgaans bij andere functies beschreven zijn, maar die jij prima kunt combineren.

De kracht zit hem juist in het spreken van dezelfde taal, ook als je verschillen probeert aan te geven tussen jouw organisatie en andere. Als je dezelfde taal spreekt, kun je elkaar sneller vinden, sneller helpen en sneller beoordelen. Een vacature wordt duidelijker, de juiste mensen reageren, het begeleiden van iemand naar werk gaat efficiënter en het vinden van een passende medewerker of passende baan gaat sneller.

Sluit je als 3e stap dus aan bij een gezamenlijke skillstaal: gebruik een breed geaccepteerde skillstaal, maar  verlies niet je eigenheid.