Vind alle Nederlandstalige onderwijspodcasts in het overzicht van Wim Pelgrim door hier te klikken
Roeland van Laer, De talentenjungle

In De talentenjungle bespreekt Roeland van Laer een aantal belangrijke thema’s in de huidige arbeidsmarkt. Menig HR-medewerker kan of moet hier zeker mee aan de slag. Maar de uitvoering van het boek is zo slecht, dat je beter een ander boek over deze thema’s kan zoeken.
Laten we beginnen met de veel te drukke vormgeving: de drukke strepen op de voorkant zijn een voorbode voor de binnenkant: streepjes overal! Maar dan de inhoud van De talentenjungle, die is niet heel concreet en pakkend.
Voorbeelden uit De talentenjungle
Een paar voorbeelden: de auteur herhaalt zichzelf regelmatig, met name op blz. 66 en 67 zie je dat. “Een belangrijk onderdeel van het duurzaamheidsbeleid is het HRM-beleid” en twee alinea’s verder “Het HRM-beleid kan een belangrijke rol spelen in het bevorderen van duurzaamheid en het versnellen van de energietransitie.”
Ook bladzijde 71 biedt een vage alinea: “Een van de doelstellingen van een duurzaam bedrijfsmodel is het beperken van de negatieve impact van de bedrijfsactiviteiten op het milieu [duh!]. Dit kan worden bereikt door efficiënt beheer van hulpbronnen en energie. Het internet of things (IoT) biedt hiervoor veel mogelijkheden, zoals het introduceren van intelligente gebouwen en slimme steden, die kunnen bijdragen aan het verminderen van energieverbruik en de CO2-uitstoot.” Maar wat moet ik nu doen? Hoe bouw ik een slimme stad?
En wat moet ik hiermee: “Daarnaast kunnen innovaties zoals eHealth en domotica, bijdragen aan efficiëntere zorg voor ouderen (blz. 85).” Ben ik een zorgboek aan het lezen? Ben ik een zorgondernemer? Wat is domotica? Moet ik die nu aanschaffen? Zijn die te koop bij Bol?
Bovendien volgt een gedeelte (blz. 99) waarin veel aannames worden gedaan over verschillende generaties. AWVN heeft al jaren geleden aandacht aan dit thema besteed: er is weinig bewijs voor. Ook heeft hoofdstuk 7 geen samenvatting (in tegenstelling tot de andere), wat een slordige indruk maakt.
Je merkt het al: ik ben niet enthousiast. Alleen heel grote bedrijven met een flinke HR-afdeling gaan iets kunnen met dit boek, niet de meeste MKB’ers. Bovendien staat het boek vol holle managementtaal, dus als je daar tegen kunt, zou je het kunnen proberen.
Beoordeling: ![]()
Wake up dead man (regie: Rian Johnson)

De afgelopen weken plaatste ik al twee andere recensies over films uit de Knives Out-reeks. Beide waren geweldig, maar elke reeks wordt een beetje sleets. Zeker als je de films redelijk dicht na elkaar kijkt. Precies dat gebeurt bij Wake up dead man.
De film heeft, net als in de de vorige een origineel, zeer goed in elkaar gezet moordverhaal. Ook zit er een goede dosis humor in en de personages, gespeeld door een fantastische cast. Klinkt allemaal helemaal geweldig. Maar toch mist deze film de magie van de vorige twee. Ik herinner met het verhaal ook niet zo goed als na de vorige twee. Een leuke film, maar hij blijft minder hangen.
Beoordeling: ![]()
Van BV Nederland managen naar samen een land vormen

“Het rapport-Wennink is een dwingende routekaart voor de BV Nederland.” “Zij zorgen ervoor dat de BV Nederland het geld heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.” “De impact van fiscale veranderingen op de BV Nederland.” “De olieprijsschok is een kostenpost voor de BV Nederland.” “Achterstallig onderhoud aan wegen kost BV Nederland nu al 7 miljard per jaar.” “De BV Nederland begon als metafoor, maar is inmiddels de harde werkelijkheid.” Wie even zoekt in nieuwsberichten van de laatste maanden komt de metafoor de BV Nederland regelmatig tegen. Er is zelfs een podcast met de naam BV Nederland.
Waar de metafoor ooit is ontstaan, heb ik niet kunnen achterhalen, maar een zoektocht binnen Delpher maakt wel duidelijk dat er begin jaren ‘80 een VARA-programma was met deze naam. Al ruim 40 jaar, bepaalt dit beeld dus mede hoe we naar Nederland kijken. Taal stuurt, structureert en vormt ons denken, maar is een economische, bedrijfsmatige, managementbril de manier waarop we naar de inrichting van ons land willen kijken? Is dit hoe we onze samenleving, onze mensen, ons leefomgeving willen zien? Willen we de komende 60 jaar op een bedrijfsmatige wijze Nederland blijven optimaliseren?
Een land, een samenleving is geen bedrijf. Een besloten vennootschap heeft als belangrijkste kenmerk dat er een aandelenkapitaal is, dat is verdeeld over een aantal mensen. Maar hebben wij als burgers een aandeel in de winst van het bedrijf Nederland? Zijn wij aandeelhouders die een bepaald “Return On Investment” (ROI) verwachten en proberen mee te sturen op de “Key Performance Indicators” (KPI)? We hebben een nieuwe metafoor nodig; we zijn niet de BV Nederland, we zijn een vereniging met gelijkwaardige leden.
Andere taal om nieuwe richtingen te wijzen
Op het moment dat je met een ander beeld, een nieuwe metafoor gaat kijken naar de wereld, ga je anders praten over die wereld. In een vereniging zijn er geen aandeelhouders met een winstdeling, maar leden die samen werken aan het gezamenlijke doel. Dat is bovendien vaak een doel dat veel meer in het relationele of ideële ligt en niet in het financiële. Je verschuift daarmee de focus, de taal en uiteindelijk de werkelijkheid van mensen.
Zo wil D66 al heel lang vertrouwen op de eigen kracht van mensen, maar in de praktijk wordt de klant vooral als lastig ervaren. De klantreis lijkt bedrijfsmatig centraal te staan, maar ondertussen is ook het woord participatiemaatschappij bedacht en moet de klant veel zelf uitzoeken en regelen. Vanuit zelfredzaamheid gaat de overheid ervan uit dat consumenten voor hun recht en geld opkomen in het woud van regelingen. We willen echter toe naar leden van onze samenleving die écht vertrouwen krijgen: een basisinkomen dat rust geeft, een gezond bestaansminimum om van daaruit te kunnen bouwen, maar ook de plicht om terug te geven aan diezelfde samenleving als daar ruimte voor is.
Dat sluit heel mooi aan bij het belonen van prestaties en delen van de welvaart. Nu werken we met incentivering: zorgen dat mensen zich “goed” gaan gedragen, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daartegenover werken we met bonusstructuren om “goed” gedrag te belonen, met name aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Competitie tussen bedrijven is gezond, maar tussen mensen? Accountability en gerichtheid op groei zijn uitgangspunten waarmee mensen niet gezonder en gelukkiger worden. We willen toe naar leden van onze samenleving die écht kunnen bouwen op een deel van onze gezamenlijke welvaart: een erfenis of ander geluk mag niet leiden tot vergroting van verschillen, maar als iemand vanuit eigen kracht ergens aan werkt, moet er loon naar werken zijn.
In onze geglobaliseerde wereld denken en handelen we internationaal. We varen scherp aan de wind als het om internationale supply chains gaat, zoals we met corona in 2020 of de gasreserves in de winter van 2025/2026 gezien hebben. Bovendien vragen we nogal wat van de interculturele competentie en de netwerkskills van burgers, zonder dat we hen die aanleren of mensen daarin goed meenemen. We willen toe naar leden van onze samenleving die in een internationale context lokaal geworteld kunnen zijn en blijven. Die openstaan voor de ander met respect voor verschillen, maar die zich in een grote wereld ook verbonden, geborgen en veilig voelen. Dat vraagt om heldere keuzes op welk niveau welke besluiten worden genomen en inzicht in de manier waarop die tot stand komen.
Op internationaal niveau wordt steeds duidelijk dat we moeten streven naar een duurzame en harmonieuze samenleving. Dat betekent niet enkel praten over circulaire economie, resource management, iemands individuele carbon footprint, human rights tot waar de consument het kan zien en compliance tot de voordeur van het bedrijf. We willen toe naar leden van onze samenleving waarin gezonde en milieubewuste keuzes voor iedereen haalbaar zijn, zonder zware afwegingen te hoeven maken. Zorgen over de wereld moeten leiden tot een gevoel dat het béter wordt, niet slechter. Elk lid van onze samenleving moet daarin kunnen meepraten, niet alleen degenen met de meeste (lobby)invloed, maar een harmonieus gesprek waarin de meerderheid ook rekening houdt met de belangen van minderheden.
Maar het belangrijkste om de bakens te verzetten is het koesteren van de grondrechten en gedeelde waarden. Wanneer we ons richten op procesoptimalisatie, KPI’s halen en budgetaire eisen, worden grondrechten en waarden nogal eens vergeten. We willen toe naar leden van onze samenleving die weten dat het product dat geïmporteerd wordt niet door kinderhanden wordt vervaardigd, dat Nederland en Europa staan voor het beschermen van mensenrechten, ook als dat betekent dat je streng moet zijn tegen bondgenoten. Dat hun rechten beschermd worden wanneer ze een toeslag aanvragen, bezwaar maken of een keer de fout in gaan.
Van BV Nederland naar vereniging in de praktijk
Op een aantal dossiers kan ik deze verschuiving van BV naar vereniging, van financieel gedreven naar samen leven zichtbaar maken. Het is een vingeroefening in anders kijken onze samenleving, van een land dat geen bedrijf is, maar een vorm van samenwerken tussen individuele vrije burgers.
Zo kijken we op dit moment met een economische bril naar vervoer: de Nederlandse Spoorwegen moeten winstgevend zijn; zijn ze dat niet dan levert dat politieke problemen op. Bij snelwegen stellen we die vraag niet, al levert een tolweg in Zeeland wel de nodige frustratie op. Bij auto’s gaat het vervolgens wel om de winstgevendheid van de autoverkoop, subsidie op benzine, ‘ons’ Shell dat het goed doet in de wereld en ondersteuning van onze bedrijvigheid.
Maar als we samen willen leven, wat is ons doel dan? Goed bereikbaar open vervoer voor iedereen moet voorgaan op winst maken met de NS. Schoon vervoer voor iedereen die van A naar B wil moet voorgaan op megawinsten voor autobedrijven. Je stad of het dorpscentrum moet een een plek om te lopen, recreëren, wonen, fietsen en leven, geen parkeerplaats voor iedereen die met de auto overal maar wil kunnen komen.
Ook bij onze inkomensondersteuning, belastingen en verdeling lijken economische wetmatigheden, zoals winst en verlies en de markt bepalend te zijn. Wie het goed doet, ook al is dat ten koste van een ander, mag veel bonus krijgen; wie erft van rijke ouders, mag zelf die rijkdom houden en weer door laten groeien; wie slimme constructies met aandelen en bedrijven weet te bedenken, hoeft minder bij te dragen en komt in een bewonderde lijst mensen terecht: de Quote 500.
Maar is dat het doel dat we hebben als samenleving? Dat de één wint ten opzichte van de ander? Iedereen verdient een goede startpositie en een eerlijke kans om zelf iets van het leven te maken. Iedereen verdient een gelijkwaardige kans op een menswaardig leven. Hoe groot mogen verschillen zijn? Binnen een vereniging hoort iedereen erbij, omdat je samen bezig bent met datzelfde doel. Elleboogt iemand zich daar naar een positie ten koste van anderen, dan zit er een zelfreinigend vermogen in zo’n club.
Of waar het gaat om stikstofproblematiek. Mag daar de winst van de grote boerenbedrijven, melkverwerkers en kunstmestproducenten voorgaan op de gezondheid van bewoners, bouwkansen voor mensen zonder huis of een duurzame toekomst voor komende generaties? Het rapport Niet alles kan overal laat zien dat we keuzes moeten maken, maar dat willen we niet op economische gronden: degene met de meeste economische macht kan overal alles. We doen dat hopelijk als samenleving: door iedereens wensen op de tafel te leggen en eerlijke afwegingen te maken met elkaar; in onze algemene ledenvergadering in de Tweede en Eerste Kamer.
Bedrijven werken in een markt waar het winner-takes-allprincipe geldt. Wie uiteindelijk het sterkst is, wordt het grootst, rijkst en machtigst. Maar dat willen wij niet de komende 60 jaar als politieke uitgangspunten nemen. Laten we gaan werken aan Vereniging Nederland in plaats van de BV Nederland. Een plek waar we samen mooie doelen nastreven. Een plek waar discussie over die doelen en de weg ernaar toe niet gaat om winstmaximalisatie of minimale compliance. Een plek waar we gaan voor maximaal geluk, maximale kansen, maximale ruimte voor iedereen. Een plek waar we gaan voor een Rijnlands model waarin niet alleen de aandeelhouder voorop staat, want wie zijn de aandeelhouders van BV Nederland? Het vraagt verandering, het vraagt een andere taal, het vraagt om inzet de komende 60 jaar, maar dat kan wel!
Glass Onion (regie: Rian Johnson)

Ik ben sinds de eerste Knives out fan geworden van deze filmreeks. Gelukkig hebben de makers met Glass Onion geen slappe tweede film gemaakt, maar een film met een echt goed verhaal. Bovendien is hij mooi uitgevoerd qua locaties, beeld en acteerwerk.
De murder mystery vindt deze keer plaats in een zomerse setting. In een complex spel waarbij niets is wat het lijkt, word je als kijker continu op het verkeerde been gezet. De hoofdrol is daarbij eigenlijk niet weggelegd voor Daniel Craig, maar voor Janelle Monáe. De dubbelrol die ze speelt, zet ze fantastisch neer.
Bovendien zit er naast het mysterie ook weer een flinke hoeveelheid humor in en dat houdt de film mooi in balans. Heel misschien vind ik deze film nog wel beter dan de vorige.
Beoordeling: ![]()
Enno Masurel, MKB

Met MKB – de ondernemingen en de ondernemers haal je een leuk en compact boek in huis met de basics rondom dit thema. Echt een boek waar een startende student of startende ondernemer zijn of haar voordeel mee kan doen.
Wel gebruikt Masurel direct het nodige jargon en dat vereist wel wat heen en weer bladeren soms. Ook niet gek overigens voor een universiteitshoogleraar. Een tweede kritiekpunt gaat over het thema duurzaamheid. Hoe belangrijk ook, het voelt als een wat willekeurige thema dat in dit boekje is getrokken, zonder dat het er een wezenlijk onderdeel van uit zou hoeven maken.
Maar met de heldere voorbeeldcasussen en antwoorden daarbij, kun je snel de theorie inzichtelijk en praktisch maken voor jezelf. Al met al een prima boekje voor wie wil kennismaken met dit thema.
Beoordeling: ![]()
Knives out (regie: Rian Johnson)

Langzaamaan begin ik te ontdekken dat ik traditionele murder mysteries een leuk genre vindt. Eerder keek ik al met veel plezier naar Murder on the Orient Express en op Netflix keken we naar de serie The Residence. Maar Knives out is een bijzondere nieuw lid van deze familie die ik onlangs leerde kennen.
Aan de ene kant is de situatie op een bepaalde manier traditioneel voor het genre, aan de andere kant lijkt de film ook een ironische kritiek op het genre. De makers plaatsen het verhaal in het huis van een mysteryschrijver en het acteerwerk is net iets té, waardoor je het verhaal niet meer 100% serieus neemt. Je blijft je ervan bewust dat je naar een verhaal zit te kijken.
Mij spreekt dat aan: het verhaal zit prachtig in elkaar en de humor was wel mijn soort humor. En als je dan zo’n sterrencast hebt die het verhaal kan brengen, dan is dit een fantastische film. Ik kijk nu al uit naar het volgende deel.
Beoordeling: ![]()
Jonas Jonasson, De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje

De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje is het tweede boek van Jonas Jonasson dat ik lees. Het staat al heel lang (10 jaar ontdekte ik…) op mijn lijstje om een keer te lezen. Ik was namelijk zeer enthousiast over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween en de verfilming van dat boek. En dit boek was het wachten waard.
Jonasson schrijft opnieuw een boek dat van bizarre toevalligheden aan elkaar hangt, maar zo goed geconstrueerd dat alles klopt. Hoe krijg je een atoombom die niet bestaat in Zweden? Samen met een meisje dat rioleringsmedewerker is in Zuid-Afrika? En een Chinese toppoliticus? Toch is De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje ook goed te volgen, ondanks alle kronkelpaden waar je langs gevoerd wordt.
Ook de stijl van Jonasson is heel prettig. Het lijkt alsof er een enthousiaste verteller naast je aan tafel zit en het verhaal uit de doeken doet. Maar dan op papier, en dat vind ik razend knap. Veel schrijvers hebben toch de neiging om wat formeler, wat schrijftaliger, wat moeilijker te gaan schrijven. Hij heeft met die stijl een schare fans verzameld die alles van hem lezen en ik wil daar de komende jaren bij gaan horen.
Is er dan helemaal niets mis met dit boek: het lijkt een beetje Jonasson in overdrive. Ik herinner me de 100-jarige man als een boek dat qua plottwists net iets rustiger en logischer waar je als lezer net wat makkelijker accepteerde dat het ook echt zou kunnen. Maar als je de humor in dit boek ziet en het absurdistische accepteert, zul je zeker kunnen genieten van dit mooie boek.
Beoordeling: ![]()
Mythes over de arbeidsmarkt, deel 5: AI maakt startersfuncties overbodig

Verdwijnen startersfuncties en de leercurve die medewerkers nodig hebben door de opkomst van AI? Volgens Wim Pelgrim en Laurens Waling is deze hardnekkige zorg begrijpelijk, maar niet terecht. Ze leggen uit waarom.
De snelle opkomst van AI leidt tot een hardnekkige zorg: startersfuncties verdwijnen. Routinetaken worden geautomatiseerd, juniorrollen uitgekleed en het klassieke instappunt onderaan de ladder zou wegvallen. Zonder die eerste functies, zo luidt de redenering, kunnen mensen geen ervaring opdoen en verdwijnt de leercurve die nodig is om vakvolwassen te worden.
Die zorg is begrijpelijk, maar de conclusie is te kort door de bocht.
Serie acht mythes over de arbeidsmarkt
Het gaat toch allemaal prima op de arbeidsmarkt? Nou, niet helemaal, vinden Wim Pelgrim en Laurens Waling. In deze serie ontkrachten zij acht hardnekkige mythes over de arbeidsmarkt. Mythes die logisch klinken bij lage werkloosheid, maar die innovatie juist in de weg staan; de broodnodige innovatie die moet voorkomen dat onze arbeidsmarkt de komende jaren langzaam vastdraait. Elke maand gaan ze in op een van die mythes.
“De kernvraag is niet langer hoeveel mensen we aan het werk hebben, maar hoe talent zich ontwikkelt, beweegt en wordt ingezet in een economie waarin taken, vaardigheden en context voortdurend verschuiven.”
Denkfout 1: Startersfuncties zijn de enige manier om te leren
Veel startersfuncties bestaan vooral uit routinematig werk dat historisch is gekoppeld aan leren door herhaling. AI neemt juist dit type werk over. Dat betekent niet dat leren verdwijnt, maar dat de vorm ervan verandert. Leren verschuift van herhaling naar toepassing, van meekijken naar meedoen, van tijd maken naar bewust ontwerpen.
Vakmanschap ontstaat niet vanzelf, maar ook niet uitsluitend door “onderaan te beginnen”. Het ontstaat door blootstelling aan echte situaties, feedback, context en oplopende verantwoordelijkheid. Die leerroute hoeft niet per se samen te vallen met één vaste startersfunctie, zolang ze maar bewust wordt ingericht.
Denkfout 2: Als werk verdwijnt, verdwijnt ook de leerroute
Wat verdwijnt, zijn niet leerervaringen, maar specifieke taken. In veel beroepen blijft het kernwerk bestaan, terwijl ondersteunende of voorbereidende taken veranderen. Dat vraagt om herontwerp van instroom: niet minder leren, maar anders leren.
De spanning zit precies hier. Zonder frictie, zonder verantwoordelijkheid en zonder context ontstaat geen professioneel oordeel. Maar frictie hoeft niet automatisch gekoppeld te zijn aan een traditionele juniorrol. Ze kan ook ontstaan in hybride rollen, taakcombinaties, mentorschap, projectmatig werk of gefaseerde instroom waarin mensen steeds meer autonomie krijgen.
Denkfout 3: AI vervangt leren door doen
AI neemt routinetaken over, maar geen professioneel oordeel. Wat verandert, is de manier waarop mensen leren. Instroom moet bewuster worden ontworpen: minder herhaling, meer context, meer verantwoordelijkheid. Technologie kan daarbij ondersteunen door feedback te structureren en leerervaringen zichtbaarder te maken, maar vakmanschap blijft een menselijke ontwikkeling.
Met welke bouwstenen lossen we dat op?
Om deze mythe aan te kunnen pakken zullen bedrijven en organisaties vooral anders moeten gaan kijken naar de inrichting van het werk:
- als je werk anders organiseert zul je zien dat startersfuncties niet verdwijnen; die volgen namelijk uit taken en niet uit functietitels.
- ook kun je anders gaan matchen: niet mensen aan een functie, maar kijken naar skills en de gaten daarin, waaraan je gerichte scholing koppelt.
- richt je scholing in zonder diploma, maar gericht op het erkennen en het vastleggen van iemands groei in een wallet.
- Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 4: Human skills zijn soft en niet meetbaar
- Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, Mythes over de arbeidsmarkt, deel 3: een diploma is voldoende bewijs
- Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 2: De arbeidsmarktcrisis is voorbij
- Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 1: Iedereen die wil werken, kan ook werken
Marcel van Driel, 24 uur

24 uur is spannend bedoeld, maar voor de volwassen of wat ervarener lezer niet echt spannend. Het is een thrillerachtig boek waarin iemand 24 uur uit handen van een tegenstander moet blijven. Het doet me denken aan een film als Hard Target of tv-programma’s als Hunted.
Net zoals de jonge jury was mijn dochter enthousiast over dit spannende boek, maar ik zag vooral een berg clichés, cliffhangers die in menig tv-programma of menige film voorbijkomen en heel arm taalgebruik.
Waarom geef ik dit boek dan toch drie sterren: omdat het voor de doelgroep een prima kennismaking is met dit genre.
Beoordeling: ![]()
Skillsgericht wijzen voor beginners

Kijken naar skills en niet naar diploma’s, het is in opkomst. Zowel bij bedrijven als in het onderwijs. Mijn boek Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs draagt bij aan die verandering in veel hogescholen en ROC’s. Maar wat moeten HR-medewerkers, managers en MKB’ers nu doen? Als het onderwijs verandert, moet je dan als bedrijf ook veranderen? Met die vraag ga ik de komende tijd aan de slag in mijn column. Deze keer: wijzen voor beginners.
Spider-Man: Brand New Day kwam vlak voor de zomervakantie uit. Een gelikte Hollywood-blockbuster, voortgekomen uit een stripreeks. Ik leerde Peter Parker kennen in de jaren ‘90 via de tekenfilmserie. Waarom ik daarmee begin? Omdat een bekende meme uit die serie de manier van werken rondom skillsgericht werken zo goed weergeeft. Naar elkaar wijzen… dat kunnen we al jaren heel goed.

Want de grote vraag die vaak voorbij komt, is de vraag wie er moet beginnen. Softwaremakers wijzen vaak naar de scholen of bedrijven: “Zij vragen niet naar skillsbased software, naar wallets of naar microcredentials, dus ja… dat gaan we niet bouwen. Er is geen vraag.”
Scholen kijken vaak naar de arbeidsmarkt: “Wij sluiten aan bij de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. We zien nog weinig bedrijven die skillsgericht werken, dus wij gaan er niet ons hele curriculum op aanpassen. Ook vraagt geen enkel bedrijf edubadges, dus waarom zouden wij ze uitreiken?”
MKB’ers wijzen vaak naar beleidsmakers: “Zij verzinnen dit soort dingen, maar ik kan er niets mee. Ik haal mijn personeel vaak binnen via mijn eigen netwerk of via stages vanuit de ROC’s. Wij leiden ze dan zelf wel verder op.”
Beleidsmakers weten ook vaak Europa of juist “de markt” aan te wijzen. “Europa komt via Cedefop of de Commissie met allerlei beleidslijnen waar we hier niet zoveel mee kunnen. We voeren ze uit hoor, maar we gaan niet meer doen dan strikt noodzakelijk. Bovendien komen de beste oplossingen vanuit de markt. Als er vraag is naar een skillsgerichte arbeidsmarkt, komt die er wel.”
We kunnen heel erg naar elkaar wijzen, maar de belangrijkste opdracht ligt bij ons allemaal. Het gaat namelijk om het creëren van een netwerk: iedereen moet over de grenzen van zijn organisatie heen kijken, iedereen moet verbindingen leggen, iedereen moet samenwerken. Een skillsgerichte arbeidsmarkt en skillsgericht onderwijs komen er zomaar, dat vergt een gezamenlijke inspanning!
Koop Skillsgericht werken in het beroepsonderwijs bij Boom Hoger Onderwijs of je online boekhandel. Zou je ook graag een boek Skillsgericht werken in jouw sector of functie hebben? Laat het weten via boek@wimpelgrim.nl!
